De weerstand tegen het Horeca Ontwikkelplatform (HOP) groeit in de sector, nu de verplichte premie ook zichtbaar wordt via facturen en inhoudingen. ProFri is hier al langer mee bezig en heeft dit – samen met NHG en VCHO binnen de Horeca Alliantie – direct bij het HOP-bestuur op tafel gelegd: open boek over geldstromen en aantoonbare resultaten op de werkvloer.
De komst van het HOP houdt ProFri al geruime tijd bezig. Al in de aanloop naar de invoering hebben wij – samen met het Nederlands Horeca Gilde (NHG) en de Vereniging Chinese-Aziatische Horeca Ondernemers (VCHO) binnen de Horeca Alliantie – aandacht gevraagd voor de gevolgen van een verplicht sectorfonds: draagvlak, transparantie, doelmatigheid en het risico op concurrentieverstoring.
Nu ondernemers de eerste facturen ontvangen en het onderwerp ook op de werkvloer concreet wordt, neemt de zichtbare onrust toe. Binnen de ProFri-achterban leven veel vragen en weerstand. Begrijpelijk: het gaat om een verplichte sectorpremie die geldt voor alle horecabedrijven binnen de werkingssfeer van de horeca-cao, ongeacht of je lid bent van KHN, een vakbond of een andere brancheorganisatie.
Wat is HOP en wat betaal je?
HOP is een fonds dat via de horeca-cao is opgericht door Koninklijke Horeca Nederland (KHN), CNV en De Horecabond. Door de algemeen verbindendverklaring van de cao zijn ondernemers verplicht een premie van 0,2% van de loonsom af te dragen:
- 0,1% wordt door de werkgever betaald
- 0,1% wordt ingehouden op het loon van de werknemer
In de praktijk zien we dat werknemers zich hiervan vaak niet of nauwelijks bewust zijn, terwijl de factuur wél bij de werkgever binnenkomt. Dat verklaart mede waarom er nu zoveel vragen ontstaan: het wordt pas echt “zichtbaar” wanneer de rekening op de mat valt.
Veel vragen en weerstand in de sector
ProFri hoort uit de achterban – en ook uit andere horecakanalen – dat er veel weerstand is tegen dit nieuw gecreëerde instituut. De kern van de kritiek: ondernemers betalen verplicht mee, terwijl nog onvoldoende duidelijk is welke concrete opbrengst dit oplevert voor het merendeel van de bedrijven.
Daarom blijft ProFri bij één uitgangspunt: juist omdat de premie verplicht is, moet het glashelder zijn waar het geld naartoe gaat en wat het oplevert.
Gesprek met het voltallige HOP-bestuur (3 maart)
Op 3 maart heeft de Horeca Alliantie gesproken met het voltallige bestuur van HOP (vertegenwoordigers van KHN en de twee vakbonden). In dit overleg hebben wij nadrukkelijk gevraagd om inzicht in:
- de totale jaarlijkse premie-inkomsten (raming en realisatie);
- de besteding per project;
- de uitvoerings- en organisatiekosten (incl. overhead);
- de manier waarop projecten worden geselecteerd en beoordeeld op sectorbreed nut;
- en de waarborgen om verdringing van marktpartijen te voorkomen bij activiteiten die ook regulier door markt of beroepsonderwijs kunnen worden geleverd.
Volgens de Horeca Alliantie bleef concreet en verifieerbaar inzicht tijdens dit gesprek nog onvoldoende beschikbaar. Het HOP-bestuur verwees naar toezicht op rechtmatigheid. ProFri vindt echter dat rechtmatigheid niet hetzelfde is als transparantie, doelmatigheid en uitlegbaarheid richting de ondernemers en werknemers die de premie opbrengen.
Afspraken: twee keer per jaar structureel overleg
Hoewel ProFri het principe van een verplicht sectorfonds niet ondersteunt, is HOP door de lopende cao-afspraken voorlopig een feit. Daarom is afgesproken dat de Horeca Alliantie twee keer per jaar met het HOP-bestuur in overleg gaat.
In die overleggen blijft ProFri inzetten op vier punten:
- Open boek over inkomsten, uitgaven, overhead en projectresultaten
- Meetbare uitkomsten (niet alleen ‘bereik’), zoals instroom, behoud, verzuim/uitval en aantoonbare ontzorging
- Sectorbrede batenlogica: sectorbreed betalen vraagt sectorbreed profijt
- Een stevige markt- en onderwijstoets om concurrentieverstoring te voorkomen
Wat betekent dit voor ProFri-leden?
De premie is verplicht binnen de werkingssfeer. De discussie gaat daarom niet over “wel of niet betalen”, maar over de vragen die wél beantwoord moeten worden:
- Wat wordt er jaarlijks geïnd en waaraan wordt het besteed?
- Hoeveel gaat naar projecten en hoeveel naar organisatie/uitvoering/overhead?
- Welke projecten leveren aantoonbaar voordeel op voor het merendeel van de bedrijven?
- Wordt voorkomen dat HOP activiteiten financiert die de markt of het beroepsonderwijs normaal gesproken zelf kan leveren?
- Hoe wordt de werknemersbijdrage uitlegbaar gemaakt op de werkvloer?
Oproep aan leden: deel jullie ervaringen
ProFri wil signalen uit de praktijk scherp op tafel leggen. Heb je vragen over de facturatie, merk je onduidelijkheid bij personeel, of zie je effecten (positief of negatief) van HOP-projecten? Laat het ons weten. Met jullie input kunnen we in de vervolgoverleggen gerichter aandringen op transparantie en aantoonbare resultaten.
Stuur je ervaring of vragen naar: secretaraat@profri.nl
Vermeld bij voorkeur: bedrijfsnaam, plaats, en in één alinea wat er speelt (factuur/vragen personeel/ervaring met projecten).
