Deze week heeft ProFri het rapport Impact SUP-regelgeving op de frituurbranche officieel aangeboden aan staatssecretaris Thierry Aartsen van Infrastructuur en Waterstaat. Met dit rapport brengt de vereniging de knelpunten, ontwikkelingen en aanbevelingen rond de SUP-regelgeving onder de aandacht van het ministerie - en specifiek de onderdelen die de frituurbranche raken.
Aanleiding voor het rapport was een verzoek van onderzoeksbureau CE Delft, dat in opdracht van Rijkswaterstaat en het Ministerie van IenW werkt aan een tussentijdse evaluatie van de regeling Kunststofproducten voor eenmalig gebruik. ProFri heeft de bevindingen uitgebreid gedeeld met de onderzoekers en deze zijn meegenomen in hun lopende analyse.
Afspraken met staatssecretaris tweemaal verzet
Oorspronkelijk zou ProFri het rapport persoonlijk toelichten in een gesprek met staatssecretaris Aartsen. Deze afspraak is echter tot twee keer toe verplaatst en staat nu gepland voor begin 2026. Door de kabinetsformatie bestaat de mogelijkheid dat het gesprek opnieuw wordt verzet of dat een nieuwe bewindspersoon het dossier overneemt.
Om te waarborgen dat de bevindingen van de branche tijdig de politiek bereiken, heeft ProFri het rapport deze week per post én per e-mail naar de staatssecretaris gestuurd, met het verzoek deze te bestuderen en - indien nodig - over te dragen aan zijn opvolger.
Belangrijkste boodschap: schaf verplichte toeslag op vormvaste kunststof verpakkingen af
Uit de door ProFri verzamelde gegevens blijkt dat het gebruik van kunststof voedselverpakkingen in de frituurbranche de afgelopen jaren al sterk is afgenomen, zelfs ruim vóór invoering van de SUP-maatregelen. De branche zet al brede stappen richting karton en papier, al zijn plasticvrije alternatieven niet altijd voldoende kwalitatief of voedselveilig.
In de dagelijkse praktijk leidt vooral de verplichte toeslag voor vormvaste kunststof verpakkingen tot onbegrip bij ondernemers én consumenten. De regeling werkt scheef, is moeilijk uitlegbaar en sluit niet aan op het werkelijke aandeel van de sector in het totale plasticverbruik. ProFri pleit daarom voor snelle afschaffing van deze toeslag en voor alternatieve, beter uitvoerbare maatregelen.
Onwerkbare verplichtingen: herbruikbare alternatieven en Bring Your Own
Het rapport benoemt daarnaast dat twee onderdelen van de SUP-regelgeving in de frituurpraktijk niet uitvoerbaar zijn:
1. Het verplicht aanbieden van een herbruikbaar alternatief bij afhalen
Voor frituurspeciaalzaken is het aanbieden van herbruikbare bakjes geen realistisch systeem. Het leidt tot logistieke problemen, voedselveiligheidsrisico’s en hoge kosten. Bij afhalen is er bovendien nauwelijks sprake van retourstromen.
2. Het accepteren van Bring Your Own
Klanten moeten volgens de regels hun eigen verpakking mogen meenemen. In de praktijk stuit dit op grote uitdagingen: onduidelijkheid over hygiëne, voedselveiligheid, aansprakelijkheid en werkbaarheid in drukke bedrijfsprocessen. Bring Your Own is daardoor niet veilig én niet uitvoerbaar in een frituurkeuken.
ProFri pleit er daarom voor deze verplichtingen te schrappen of aan te passen naar een vorm die werkbaar is voor frituurondernemers.
Constructief meedenken en verantwoordelijkheid nemen
Hoewel de frituurbranche verantwoordelijk is voor slechts een zeer klein deel van de totale kunststofstromen, wil ProFri nadrukkelijk haar verantwoordelijkheid blijven nemen. Daarom bevat het rapport ook voorstellen om verduurzaming op een realistische manier verder te stimuleren, zonder dat ondernemers tegen onhaalbare of onlogische verplichtingen aanlopen.
De vereniging benadrukt dat zij graag in gesprek blijft met het ministerie om tot werkbare en goed uitlegbare oplossingen te komen. Zodra de politieke situatie het toelaat, hoopt ProFri het rapport alsnog persoonlijk te kunnen toelichten.
