Naar aanleiding van een mail van ProFri-lid Bert Koops (57) en het gesprek dat ik daarna met hem voerde, moet ik erkennen dat wij als vereniging te weinig oog hebben gehad voor wat de Groningse problematiek betekent voor ondernemers en ook voor onze leden in die regio. Die constatering raakt, juist omdat Groningen nog altijd niet klaar is.
Door Frans van Rooij*
Het kwam hard binnen, juist omdat ik moet erkennen dat ik dit probleem door alle dossiers en kwesties waarin ik mij de afgelopen jaren heb vastgebeten, volledig over het hoofd heb gezien. En ik ben daarin waarschijnlijk niet de enige. Vermoedelijk geldt dat voor een groot deel van Nederland, en zeker ook voor de politiek in Den Haag.
Zo moet De Koning van Groningen in Appingedam, het bedrijf van Bert, het komende halfjaar de deuren sluiten voor herstel en versteviging van het pand. Dat is niet zomaar een ingreep in een gebouw, maar een ingrijpende onderbreking van een onderneming, een bestaan en een dagelijks ritme dat jarenlang met hard werken is opgebouwd. En het is Bert allemaal niet in de koude kleren gaan zitten. De spanning en onzekerheid hebben diepe sporen nagelaten. Hij kampte met lichamelijke klachten en viel door de stress vijftien kilo af.
Ondernemen onder voortdurende druk
Wie van buiten naar Groningen kijkt, ziet al snel een dossier over schade, herstel, versterking en overheidstrajecten. Maar achter die woorden zitten mensen. Bewoners, zeker. Maar ook ondernemers. Mensen die niet alleen thuis met onzekerheid te maken hebben, maar die ook proberen hun zaak overeind te houden, personeel aan te sturen, kosten te beheersen en ondertussen beslissingen te nemen over de toekomst.
Voor ondernemers werkt die onzekerheid op meerdere fronten door. Je bedrijfspand is niet alleen vastgoed, maar de basis van je omzet, je werk en je inkomen. Als daar maandenlang niet normaal in gewerkt kan worden, raakt dat direct aan de bedrijfsvoering. Investeringen worden uitgesteld, plannen verdwijnen in de ijskast en het vertrouwen in de toekomst komt onder druk te staan. Dat is geen papieren werkelijkheid, maar dagelijkse praktijk.
Niet alleen schade aan stenen
Het verhaal van Bert maakt duidelijk dat de impact van de Groningse problematiek veel verder gaat dan fysieke schade alleen. Natuurlijk is de versteviging van een pand op zichzelf al ingrijpend. Maar daarachter schuilt een veel breder probleem: de mentale belasting, de aanhoudende onzekerheid en het gevoel dat je als ondernemer telkens opnieuw moet uitleggen wat dit met je doet.
Wie een bedrijf heeft, kan niet zomaar een pauzeknop indrukken. Klanten, verplichtingen en vaste lasten lopen door. Juist daarom mag de impact op ondernemers niet worden onderschat. Als een onderneming maanden dicht moet voor herstel en versteviging, heeft dat niet alleen gevolgen voor omzet en continuïteit, maar ook voor de persoon achter het bedrijf.
Als vereniging beter luisteren
Het signaal van Bert is voor mij en voor ProFri een duidelijke wake-upcall. Soms ben je als vereniging druk met actuele dossiers, belangenbehartiging, samenwerkingen en andere kwesties, en zie je niet altijd waar individuele leden in de praktijk mee worstelen. Dat is geen excuus. Juist een vereniging moet oog houden voor de werkelijkheid van haar leden, ook wanneer die niet direct in een branchedossier of beleidsnotitie past.
Dat we hier tot nu toe onvoldoende aandacht voor hebben gehad, verdient erkenning. Die erkenning begint met luisteren. Niet om er alleen een verhaal van te maken, maar om beter te begrijpen wat ondernemers in Groningen al jarenlang meemaken en waar zij tegenaan lopen.
Groningen is nog niet klaar
In Den Haag lijkt Groningen soms een afgerond hoofdstuk, of in elk geval een dossier dat al voldoende aandacht heeft gehad. Maar de werkelijkheid is anders. Voor ondernemers zoals Bert is het allerminst voorbij. Zolang schade, herstel, versterking, vertraging en onzekerheid het dagelijks leven en werken blijven beïnvloeden, is Groningen niet klaar.
Dat moet ook buiten de regio beter worden beseft. Want dit gaat niet alleen over gebouwen, regelingen en processen, maar ook over gezondheid, draagkracht en perspectief. Ondernemers die jarenlang hun schouders zetten onder hun bedrijf en hun omgeving, verdienen het dat hun problemen serieus worden gezien en erkend.
Ook aandacht via ONL
Voor ProFri is dit reden om de signalen uit Groningen niet langer als iets op afstand te beschouwen. De problemen van Groningse ondernemers horen nadrukkelijker op de agenda. Niet alleen binnen de vereniging, maar ook breder richting politiek en beleidsmakers. Juist daarom is het belangrijk dat ook organisaties als ONL - waar de vakvereniging bij aangesloten is - aandacht vragen voor de positie van ondernemers in Groningen.
Want wie spreekt over herstel en toekomst voor de regio, kan de lokale ondernemer niet vergeten. Zonder ondernemers verliest een regio niet alleen economische kracht, maar ook ontmoetingsplekken, werkgelegenheid en sociale samenhang.
Een verhaal dat blijft hangen
Het verhaal van Bert Koops staat niet op zichzelf. Het maakt zichtbaar wat er gebeurt wanneer een ondernemer niet alleen moet knokken voor zijn bedrijf, maar ook voor rust, duidelijkheid en erkenning. Dat vraagt om meer dan medeleven. Het vraagt om blijvende aandacht, serieuze politieke inzet en vooral het besef dat de problemen van Groningse ondernemers niet langer mogen worden onderschat.
*Frans van Rooij was initiatiefnemer en jarenlang het gezicht van ProFri. Hij schrijft op persoonlijke titel over ontwikkelingen in de frituurbranche.
