In verkiezingstijd zeggen politieke partijen graag dat zij oog hebben voor lokale ondernemers. Het midden- en kleinbedrijf is belangrijk, de horeca moet gekoesterd worden en de levendigheid in dorpen en steden verdient steun. Mooie woorden, maar juist in campagnetijd blijkt soms hoe beperkt het besef is van de dagelijkse praktijk van ondernemers.
Door Frans van Rooij*
Een voorbeeld daarvan is een recente lokale campagneactie waarbij onder het motto Friet to Meet friet werd gebakken om met inwoners in gesprek te gaan. Contact met inwoners is vanzelfsprekend prima. Politieke partijen moeten zichtbaar en aanspreekbaar zijn. Maar zodra daarbij in de openbare ruimte eten wordt bereid en uitgedeeld, komt ook een andere vraag op tafel: gelden dan niet dezelfde regels als voor lokale ondernemers?
Dat is geen flauwe vraag. Horeca- en frituurondernemers hebben immers dagelijks te maken met vergunningen, meldplichten, voedselveiligheid, aansprakelijkheid en lokale voorschriften. Wie als ondernemer buiten de deur of buiten de reguliere exploitatie iets wil organiseren, weet dat dit zelden vrijblijvend is.
Juist daarom roept dit soort campagneacties al snel irritatie op. Niet omdat politici geen friet mogen bakken, maar omdat het beeld ontstaat dat voor campagnes soms meer mogelijk is dan voor de ondernemer die er zijn brood mee verdient.
Onder het betreffende nieuwsbericht stond een reactie van een lezer die dit gevoel scherp verwoordde. Daarin werd gewezen op lokale ondernemers die iedere dag hun zaak draaiende moeten houden en niet zomaar zonder regels of toestemmingen de straat op kunnen. Dat is een terechte observatie.
Misschien was in dit specifieke geval alles correct afgestemd of gemeld. Dat is van buitenaf niet goed vast te stellen. Maar de principiële vraag blijft dezelfde: begrijpen politieke partijen voldoende hoe hun acties overkomen op ondernemers die wel dagelijks aan alle voorwaarden moeten voldoen?
Voor ProFri is dat een relevant punt. De professionele frituurondernemer vraagt geen uitzonderingspositie. Ook geen voorkeursbehandeling. Waar het wél om gaat, is dat het speelveld eerlijk blijft en dat bestuurders en politici zich bewust zijn van de praktijk waarin ondernemers werken.
Wie lokale ondernemers serieus neemt, laat dat niet alleen blijken in verkiezingsprogramma’s of campagnekreten, maar ook in gedrag. Dat betekent: dezelfde regels respecteren, consequent handelen en oog hebben voor de realiteit van ondernemers in de eigen gemeente.
Een frietje bakken als campagneactie lijkt misschien onschuldig. Maar voor ondernemers raakt het aan iets groters: de vraag of overheden en politieke partijen werkelijk begrijpen wat ondernemerschap in de praktijk betekent.
En precies daar begint respect voor de lokale ondernemer.
* Frans van Rooij was initiatiefnemer en jarenlang het gezicht van ProFri. Hij schrijft op persoonlijke titel over ontwikkelingen in de frituurbranche.
