Column | Frans van Rooij
De onrust zit niet in de energierekening van vandaag, maar in alles wat deze nieuwe kostenstijging weer in beweging zet.
Vlak voor het weekend belde een redacteur van Nieuwsuur mij met de vraag of ik een horecaondernemer wist die door de stijgende energiekosten in paniek was geraakt. Mijn antwoord was eerlijk: nee, die paniek zie ik nu niet.
Dat antwoord verraste blijkbaar. Misschien omdat er vaak pas echt aandacht ontstaat als de vlam in de pan slaat. Als ondernemers zichtbaar omvallen, rekeningen ontsporen of een crisis zich makkelijk laat samenvatten in onrust en harde cijfers. Maar zo werkt het in de praktijk van veel ondernemers niet altijd. Niet elke crisis begint met paniek. Sommige beginnen met vermoeidheid.
Deze ronde is anders
De energiecrisis van een paar jaar geleden kwam hard en onverwacht. Ondernemers kregen te maken met bizarre tarieven en torenhoge voorschotten. Dat zorgde voor nervositeit, onzekerheid en soms pure paniek. Terecht ook.
Wat zich nu aandient, is anders. Minder explosief, maar daarom niet minder ingrijpend. Deze ronde is sluipender. En juist dat maakt haar verraderlijk. Want het blijft niet bij hogere energiekosten alleen. Daarna volgen hogere voedselprijzen. Vervolgens lopen ook de personeelskosten verder op. En uiteindelijk komt alles samen in hogere verkoopprijzen.
De horeca wordt dus opnieuw duurder. Een hotelovernachting, een avond uit eten, maar uiteindelijk ook gewoon de wekelijkse frietmaaltijd.
De optelsom wordt te zwaar
Daar zit precies het probleem. Veel ondernemers zijn nog altijd niet hersteld van alles wat achter hen ligt. Eerst corona. Daarna de vorige energiecrisis. Vervolgens een stevige inflatieronde. En nu komt er alweer een nieuwe kostenopstapeling bovenop.
Iedere keer wordt er opnieuw iets gevraagd van dezelfde groep ondernemers. Nog meer aanpassingsvermogen. Nog meer incasseringsvermogen. Nog meer creativiteit om de schade te beperken. Maar ergens houdt het op. Je kunt veel opvangen, maar niet eindeloos blijven stapelen.
Vooral kleine mkb-ondernemers worden opnieuw dubbel geraakt. De ondernemer met een paar medewerkers, die zelf meewerkt in de zaak, voelt het in het bedrijf én thuis. In de exploitatie staat het ondernemersinkomen onder druk. Privé merkt diezelfde ondernemer precies wat ieder huishouden merkt: hogere energielasten en een duurder winkelwagentje.
Dat dubbele effect wordt nog te vaak onderschat.
Geen paniek betekent niet dat er niets aan de hand is
De buitenwereld ziet vaak alleen de prijs van een frietje, een snack of een menu en trekt daar snel een conclusie uit. Maar achter die prijs zit meestal geen ondernemer die er warmpjes bij zit. Daar zit vaak een ondernemer die kosten probeert op te vangen zonder klanten kwijt te raken, zonder aan kwaliteit in te leveren en zonder medewerkers tekort te doen.
Dat zie je niet altijd direct aan de buitenkant.
Ondernemers in onze sector raken ook niet snel in paniek. Dat zit niet in hun aard. Ze zijn gewend om door te gaan, bij te sturen, oplossingen te zoeken en zelf nog een tandje harder te lopen als het nodig is. Maar juist daarin schuilt ook een risico. Wie altijd doorgaat, laat vaak niet zien hoe groot de druk intussen is geworden.
Dus nee, er is misschien geen paniek. Maar dat is geen geruststellende conclusie. Het betekent vooral dat veel ondernemers hebben geleerd hun zorgen eerst zelf te dragen. Eerst nog een prijsverhoging uitstellen. Eerst nog wat eigen inkomen inleveren. Eerst nog hopen dat het meevalt.
De vraag aan de keukentafel
Tot thuis de echte vraag op tafel komt: hoe lang houden we dit nog vol?
Ik vrees dat die vraag de komende tijd in meer ondernemersgezinnen zal worden gesteld. Niet omdat ondernemers hun vak niet meer mooi vinden. Niet omdat er geen vraag meer is. Maar omdat de rek eruit raakt. Omdat ondernemen steeds vaker over overleven gaat en steeds minder over opbouwen.
Er zullen opnieuw ondernemers zijn die besluiten te stoppen. Die hun zaak proberen te verkopen. Desnoods met verlies. Achter zo’n beslissing zit zelden één incident. Meestal is het de optelsom. De opeenstapeling van jaren waarin steeds weer een nieuwe rekening op de mat valt.
Misschien is dat ook wat media, politiek en beleidsmakers beter moeten begrijpen. Geen paniek betekent niet dat er niets aan de hand is. Soms betekent het alleen dat ondernemers al zo vaak een klap hebben opgevangen, dat ze hebben afgeleerd om nog luid alarm te slaan. Maar wie stilte verwart met rust, kijkt niet goed. Onder de oppervlakte groeit opnieuw de druk.
*Frans van Rooij was initiatiefnemer en jarenlang het gezicht van ProFri. Hij schrijft op persoonlijke titel over ontwikkelingen in de frituurbranche.
