);

De Kamer van Koophandel (KvK) publiceerde onlangs een overzicht van alle wetswijzigingen die op 1 januari 2026 ingaan. Voor veel horecaondernemers – en specifiek ondernemers in de frituurbranche – zijn slechts enkele van deze wijzigingen echt relevant. Koninklijke Horeca Nederland (KHN) bracht deze regels verder terug naar wat voor de sector het meest van belang is. ProFri zet de belangrijkste punten overzichtelijk op een rij, met directe verwijzingen naar de informatie van de KvK voor wie meer wil weten.

Belastingen: wijzigingen voor ondernemers

Per 1 januari veranderen de schijven van de inkomstenbelasting. In de eerste schijf geldt vanaf volgend jaar een tarief van 35,7 procent tot een inkomen van 38.883 euro. In de tweede schijf betaal je 37,56 procent tot een inkomen van 79.137 euro. Voor inkomens boven dit bedrag blijft het tarief 49,5 procent. De volledige toelichting staat op de website van de KvK.

De zelfstandigenaftrek wordt opnieuw verder afgebouwd. In 2025 bedraagt deze aftrek nog 2.470 euro. In 2026 wordt dit bedrag verlaagd naar 1.200 euro. Om recht op deze aftrek te houden, moet een ondernemer minimaal 1.225 uur per jaar in zijn bedrijf werkzaam zijn. De afbouw zet zich de komende jaren door.

Regels rond contant geld

Vanaf 1 januari 2026 geldt een verbod op contante betalingen boven 3.000 euro. Betalingen boven dit bedrag moeten digitaal plaatsvinden, bijvoorbeeld via pin of bankoverschrijving. Deze maatregel moet witwassen en fraude tegengaan en is dus ook van toepassing op frituurzaken. Verdere toelichting staat op de KvK-website.

Leidingwaterbelasting (BOL): geen impact voor de meeste frituurbedrijven

De belasting op leidingwater verandert, maar in de praktijk raakt dit de frituurbranche nauwelijks. De vrijstelling wordt vanaf 2026 verlaagd van 300 naar 50.000 m³ per jaar. Vanaf 2027 vervalt de vrijstelling volledig, maar vrijwel alle frituurbedrijven blijven ver onder deze verbruiksnorm.

Personeel: wijzigingen in loonkosten en regelingen

Het loonkostenvoordeel voor nieuwe werknemers van 56 jaar of ouder vervalt volledig per 1 januari 2026. Voor medewerkers die al vóór 2024 in dienst zijn gekomen, blijft het bestaande voordeel wel gelden. Voor werknemers met een arbeidsbeperking wordt het juist eenvoudiger om van het loonkostenvoordeel gebruik te blijven maken. Deze regeling blijft geldig zolang de werknemer in dienst is en de verplichting om een UWV-verklaring aan te vragen vervalt. Werkgevers die meer mensen met een arbeidsbeperking aannemen dan wettelijk vereist, krijgen bovendien een verhoogd voordeel.

Het wettelijk minimumloon stijgt per 1 juli 2026 naar 14,71 euro per uur, een verhoging van 2,16 procent. Binnen de horeca-cao stijgen de lonen van vakkrachten in dezelfde periode met 2,5 procent, conform eerdere afspraken.

Wetten zonder directe gevolgen voor frituurondernemers

Een groot aantal wijzigingen voor 2026 heeft geen directe impact op cafetaria’s en frituurzaken. Het gaat onder meer om de verhoging van de btw op overnachtingen, de overdrachtsbelasting voor beleggingspanden, meldplichten in de kinderopvang, verplichtingen voor gebouwen met zware klimaatsystemen, digitalisering van btw-teruggave voor niet-EU-klanten, regels voor crypto-dienstverleners en het verder beperken van verkooppunten voor tabaksproducten. Voor het volledige overzicht kun je terecht op de KvK-website.

Conclusie

Voor frituurondernemers ligt de impact van de nieuwe wetgeving vooral bij de wijziging van de inkomstenbelasting, de verdere afbouw van de zelfstandigenaftrek, het verbod op contante betalingen boven 3.000 euro en de aanpassingen in de arbeidskosten en cao-afspraken. ProFri volgt deze ontwikkelingen en vertaalt ze waar nodig naar praktische informatie voor haar leden.