Alsof een topsporter niet mag genieten
Een topsporter, een wielercriterium en een bakje friet. Het leverde een grappig filmpje op, maar ook een veelzeggende kop. Want waarom spreken we over ‘betrapt’ worden zodra een topsporter een keer friet eet?
Slechte timing?
Na de Profwielerronde van Etten-Leur troffen wielerjournalisten Kjeld Nuis aan met een bakje friet in zijn handen. De topschaatser zag de camera, lachte en merkte op dat het wel heel slechte timing was. Wegzetten deed hij het bakje niet. Hij hield het gewoon vast.
De video en het bericht van Sportnieuws zijn vooral luchtig bedoeld. Nuis verontschuldigt zich ook niet echt. Hij maakt een grap en eet vermoedelijk gewoon verder.
Toch zegt het woord ‘betrapt’ iets over de manier waarop we naar friet kijken. Alsof Nuis iets deed wat voor een topsporter eigenlijk verboden is. Een genietmoment, precies op het verkeerde moment vastgelegd.
Een voedingspatroon is geen momentopname
Natuurlijk letten topsporters zorgvuldig op hun voeding. Wat zij voor, tijdens en na een training of wedstrijd eten, kan invloed hebben op hun prestaties en herstel. Voldoende koolhydraten, eiwitten en vocht zijn daarbij belangrijk. Het Australian Institute of Sport benadrukt dan ook het belang van een goed geplande voedingsstrategie.
Maar een voedingspatroon bestaat uit veel meer dan één eetmoment. Een portie friet maakt een zorgvuldig samengesteld sportdieet niet plotseling waardeloos, net zoals een salade een verder ongezond voedingspatroon niet automatisch gezond maakt.
Friet hoeft ook niet te worden voorgesteld als de ideale herstelmaaltijd. Dat zou net zo ongenuanceerd zijn. Het gaat om de totale voeding, de hoeveelheid, de frequentie en het moment waarop je iets eet. Binnen een evenwichtig voedingspatroon kan ruimte zijn voor een frietje, ook voor iemand die op het hoogste niveau sport.
Van der Poel doet er niet geheimzinnig over
Mathieu van der Poel laat al jaren zien dat topsport en genieten prima naast elkaar kunnen bestaan. Hij heeft meermaals verteld dat hij graag friet en snacks eet. Gevraagd naar zijn favoriete saus bij friet, koos hij voor mayonaise. Niet omdat friet volgens hem de beste sportvoeding is, maar omdat je soms ook gewoon mag eten wat je lekker vindt.
Na de Ronde van Vlaanderen van 2026 werd Van der Poel opnieuw gespot met Vlaamse friet en snacks. Niemand hoeft daaruit af te leiden dat zijn dagelijkse voeding uitsluitend uit friet bestaat. Op trainings- en wedstrijddagen volgt hij vanzelfsprekend een voedingsplan dat is afgestemd op zijn prestaties. Maar daarna is er ook ruimte voor ontspanning en smaak.
Juist die ontspannen houding biedt een verfrissend tegenwicht aan de bijna morele lading die eten soms krijgt. Producten worden ingedeeld in ‘goed’ en ‘fout’, waarna je je bij iedere afwijking schuldig zou moeten voelen. Dat helpt het gesprek over gezonde voeding niet vooruit.
Genieten is geen overtreding
ProFri pleit niet voor iedere dag onbeperkt friet en snacks eten. Wel voor een nuchtere benadering. De keuze blijft bij de consument en verantwoord genieten hoort daarbij. Vakmanschap, goede producten en een passende portie zijn belangrijker dan iemand een schuldgevoel aanpraten over één eetmoment.
Als zelfs een topsporter zich bijna moet verantwoorden zodra hij met een bakje friet wordt gezien, zegt dat vooral iets over de beeldvorming rond friet. Kjeld Nuis deed daarom precies het goede: lachen, het bakje vasthouden en zich niet laten verleiden het snel uit beeld te zetten.
Een topsporter met friet is niet ‘betrapt’. Hij eet gewoon iets wat hij lekker vindt. De enige relevante vervolgvraag is hooguit: welke saus neem je erbij? Mayonaise bijvoorbeeld. Zelfs daar is helemaal niets mis mee.

