De berichten over de aardappeloogst lopen uiteen. Terwijl de ene teler met kleinere aardappelen kampt, haalt de andere prima bonken van het land. Maar wat betekent de oogst werkelijk voor de prijs van ons frietje?

Door ProFri Kenniscentrum
De droogte van afgelopen zomer heeft gevolgen voor de aardappeloogst. Toch is het te eenvoudig om te stellen dat alle aardappelen kleiner worden en de friet daardoor duurder.
De opbrengsten verschillen sterk per regio, grondsoort en perceel. Op zandgrond kan droogte harder toeslaan dan op vochthoudende kleigrond. Ook maakt het verschil of een teler heeft kunnen beregenen.
De regen van de afgelopen weken zorgt op verschillende plaatsen alsnog voor extra groei. Uit de poldergebieden komen bovendien signalen dat aardappelen plaatselijk met een goed formaat van het land komen.
Niet iedere teler heeft dus dezelfde oogst en niet iedere aardappel is kleiner.
Agria wordt het duurst betaald
Ook tussen aardappelrassen bestaan grote verschillen. Volgens de notering van PotatoNL van 21 september brengen aardappelen voor verse friet tussen 22 en 32 euro per 100 kilo op. De hoogste prijzen worden betaald voor de populaire Agria. Reguliere frietaardappelen, waaronder Fontane, noteren tussen 21 en 24 euro.
Dat de prijzen ondanks het grotere aanbod redelijk standhouden, komt mede doordat de verwerkende industrie voldoende belangstelling toont.
Maar de vrije aardappelmarkt vertelt niet het volledige verhaal.
Grote aardappelverwerkers hebben contracten met telers én met grote afnemers. Ook aardappelhandelaren beschikken soms over rechtstreekse afspraken met boeren. Welke aardappelen beschikbaar blijven voor andere afnemers, hangt mede af van deze contracten, de oogstopbrengst en de kwaliteitseisen.
Daardoor kan de ene leverancier voldoende geschikte aardappelen hebben, terwijl een andere met tekorten wordt geconfronteerd.
De prijs van een frietje is meer dan de aardappelprijs
Wat in de berichtgeving telkens misgaat, is dat ontwikkelingen op de aardappelmarkt vrijwel rechtstreeks worden vertaald naar de verkoopprijs van een portie friet bij de cafetaria of snackbar.
Die prijs wordt echter door veel meer factoren bepaald.
Neem de personeelskosten. Het minimumloon is de afgelopen jaren fors gestegen. Ook de wijzigingen in de jeugdloonstaffels en leeftijdsindeling in de horeca hebben grote gevolgen. Voor sommige leeftijdsgroepen zijn de minimumjeugdlonen in enkele jaren tijd bijna verdubbeld.
Daar komen gestegen kosten voor frituurvet, energie, verpakkingen, huisvesting, verzekeringen en andere bedrijfsuitgaven bij. Ook de financieringslasten en noodzakelijke investeringen moeten worden terugverdiend.
De aardappel is slechts één onderdeel van de totale kostprijs.
Een goedkopere aardappel maakt een frietje dus niet automatisch goedkoper. Net zomin als een duurdere aardappel automatisch tot een hogere verkoopprijs hoeft te leiden.
Voor de frituurondernemer gaat het uiteindelijk om de totale kostprijs, het rendement en een verkoopprijs waarmee hij zijn bedrijf gezond kan houden.
Foto van kleiaardappelen uit de Flevopolder
(Archief ProFri Kenniscentrum)
