Het AD publiceerde een artikel onder de kop: ‘Twee keer zo veel fastfood in twintig jaar tijd: tijd om ongezond eten net zo te behandelen als roken en drinken’. Aanleiding zijn cijfers waaruit blijkt dat Nederland inmiddels ruim 19.000 bedrijven telt die door het CBS worden gerekend tot de fastfoodrestaurants. Twintig jaar geleden waren dat er iets meer dan 10.000.

Dat is een opvallende ontwikkeling. De vraag is alleen wat deze cijfers precies vertellen. Meer bedrijven binnen de statistische categorie fastfood betekent namelijk niet automatisch dat Nederlanders twee keer zoveel ongezond eten zijn gaan kopen of eten.
Fastfood is geen voedingskundige kwalificatie
Onder de CBS-categorie vallen niet alleen cafetaria’s, snackbars en hamburgerrestaurants. Ook lunchrooms, broodjeszaken, ijssalons, eetkramen en andere bedrijven die maaltijden en producten aanbieden voor directe consumptie, afhaal of bezorging worden hierin meegeteld.
Het AD vermeldt zelf dat de groei mede samenhangt met de opkomst van saladebars en pokébowlzaken. Toch wordt het totale aantal in de kop rechtstreeks verbonden aan ongezond eten en aan een mogelijke aanpak zoals bij tabak en alcohol.
Daarmee krijgt een administratieve bedrijfsindeling een voedingskundige betekenis die deze niet heeft. Een pokébowlzaak, broodjesconcept, ijssalon, snackbar en hamburgerrestaurant kunnen statistisch in dezelfde categorie terechtkomen, terwijl hun assortimenten sterk van elkaar verschillen.
De horeca veranderde met de consument mee
De sterke groei hangt ook samen met de ontwikkeling van de horecamarkt. Consumenten zijn in de afgelopen twintig jaar meer waarde gaan hechten aan snelheid, toegankelijkheid, afhalen en bezorgen. Traditionele horecabedrijven hebben zich daarop aangepast en nieuwe bedrijven zijn ontstaan rond die behoefte aan gemak.
De grenzen tussen een restaurant, lunchroom, afhaalzaak, bezorgconcept en snackbar zijn daardoor minder scherp geworden. Een restaurant biedt tegenwoordig ook maaltijden voor thuis aan. Een bakker verkoopt belegde broodjes en koffie voor directe consumptie. Een lunchroom bezorgt en een cafetaria verkoopt naast friet en snacks complete maaltijden, salades en vegetarische producten.
De groei van de categorie zegt daarom minstens zoveel over veranderende bedrijfsmodellen en consumentengewoonten als over de samenstelling van ons voedingspatroon. Het FSIN noemt gemak, snelheid en toegankelijkheid belangrijke ontwikkelingen binnen de foodservicemarkt.
Veel meer bedrijven delen dezelfde markt
Ook het totale aantal horecabedrijven is sterk toegenomen. Het CBS becijferde dat het aantal bedrijven in de eet- en drinkvoorziening tussen 2007 en 2024 steeg van bijna 38.000 naar ongeveer 69.000. Een groot deel van die stijging kwam voor rekening van kleine en eenpersoonsbedrijven in de eventcatering. Zonder eventcatering bedroeg de groei geen 83 procent, maar 25 procent.
Meer bedrijven betekent echter niet automatisch dat de totale consumptie in hetzelfde tempo groeit. De markt wordt over steeds meer ondernemingen verdeeld.
Volgens berekeningen die binnen de horecasector worden gebruikt, liep de gemiddelde omzet per bedrijf in ongeveer dezelfde periode terug van circa 400.000 euro naar circa 300.000 euro. De exacte uitkomst is afhankelijk van welke bedrijven, vestigingen en horecacategorieën in de berekening worden meegenomen. De ontwikkeling past wel bij het bredere beeld: het aantal aanbieders groeide harder dan de markt die zij samen bedienen.
Het CBS constateerde eerder al dat het aantal restaurants harder groeide dan de totale restaurantomzet, waardoor de gemiddelde omzet per restaurant daalde.
Een verdubbeling van het aantal geregistreerde bedrijven is daarom beslist geen bewijs voor een verdubbeling van de hoeveelheid verkochte maaltijden, calorieën of ongezonde producten.
Hogere omzet komt vaak door hogere prijzen
Ook omzetgroei mag niet zonder meer worden uitgelegd als groei van de consumptie. De nominale horecaomzet is de afgelopen jaren regelmatig gestegen, maar een belangrijk deel daarvan werd veroorzaakt door prijsverhogingen en niet door meer verkochte producten of meer bezoeken.
Voor het gemaksegment, waaronder fastservicebedrijven en pompshops, stelde het FSIN vast dat de omzet in 2025 met 3,2 procent groeide, terwijl het volume stagneerde. De groei werd volledig veroorzaakt door prijsstijgingen.
Volgens het FSIN wordt fastservice daardoor door consumenten steeds minder gezien als een goedkoop alternatief.
In het tweede kwartaal van 2026 daalde het aantal bezoeken aan eet- en drinkgelegenheden buitenshuis met 3,8 procent ten opzichte van een jaar eerder. Het gemiddelde bedrag per bezoek steeg tegelijkertijd met 1,8 procent. Daardoor kan een ondernemer meer omzet per transactie boeken, terwijl er minder klanten binnenkomen en minder producten worden verkocht.
De prijsontwikkeling begint de horeca inmiddels tegen te werken. Bijna twee derde van de consumenten vindt buitenshuis eten te duur. De tevredenheid over de prijs-kwaliteitverhouding daalde van 38,5 naar 34,1 procent.
Daar komt bij dat een hogere omzet niet automatisch tot een beter bedrijfsresultaat leidt. Uit een analyse van ruim 7.000 jaarrekeningen over 2025 blijkt dat de horecaomzet gemiddeld met bijna 6 procent toenam, terwijl de bedrijfskosten met ruim 8 procent stegen en de winst met bijna 5 procent daalde.
Het beeld van een snel groeiende en steeds meer verkopende fastfoodsector vraagt dus om relativering. Er zijn meer aanbieders, maar zij verdelen een markt waarin volumes nauwelijks groeien of zelfs teruglopen en waarin prijsstijgingen de omzetcijfers omhooghouden.
In Duitsland heet het Systemgastronomie
Ook de gekozen terminologie beïnvloedt het debat. In Nederland wordt een zeer brede groep bedrijven aangeduid met het woord fastfood. Dat woord roept onmiddellijk associaties op met ongezond, vet en calorierijk eten.
In Duitsland wordt voor veel gestandaardiseerde en ketenmatig georganiseerde horecaconcepten de term Systemgastronomie gebruikt. Kenmerkend zijn centrale aansturing, gestandaardiseerde processen en een concept dat op meerdere locaties kan worden toegepast. Het begrip gaat dus over de organisatie en werkwijze van een horecabedrijf en niet in de eerste plaats over de voedingskundige kwaliteit van het eten.
Systemgastronomie is niet precies hetzelfde als de brede CBS-categorie fastfoodrestaurants. De vergelijking laat wel zien dat dezelfde bedrijfsactiviteiten ook neutraler kunnen worden omschreven. Zodra het woord fastfood wordt gebruikt, lijkt de conclusie dat het om ongezond eten gaat al voor een deel in de benaming besloten te liggen.
Obesitas heeft niet één oorzaak
De zorgen over overgewicht en obesitas zijn serieus. De voedselomgeving kan invloed hebben op de keuzes die mensen maken en ook ondernemers en producenten hebben daarin een verantwoordelijkheid.
Maar obesitas ontstaat door een complex samenspel van factoren. De Wereldgezondheidsorganisatie noemt onder meer voedingsgedrag, lichamelijke activiteit, genetische en biologische factoren, sociaaleconomische omstandigheden en de bredere leefomgeving.
Alleen het tellen van bedrijven binnen een brede statistische categorie zegt niets over de bijdrage van afzonderlijke producten, branches of verkoopkanalen aan dat gezondheidsprobleem.
Daarvoor moet worden onderzocht wat mensen werkelijk eten, hoeveel zij daarvan eten, hoe vaak zij dat doen en hoe hun totale leefstijl en voedingspatroon eruitzien. Ook supermarkten, restaurants, bakkerijen, tankstations, schoolkantines, bezorgplatforms en consumptie thuis maken deel uit van die voedselomgeving.
De groei van 10.000 naar ruim 19.000 geregistreerde fastfoodzaken biedt daarom geen basis om de ontwikkeling van obesitas toe te schrijven aan de fastfoodsector en al helemaal niet aan één onderdeel daarvan, zoals de frituurbranche.
Context maakt het probleem niet kleiner
Het artikel in het AD brengt een belangrijk maatschappelijk onderwerp onder de aandacht. Het plaatsen van kanttekeningen bij de gebruikte cijfers is geen poging om de gezondheidsproblematiek te ontkennen of om iedere verantwoordelijkheid van ondernemers af te wijzen.
Het gaat erom dat beleid wordt gebaseerd op informatie die daadwerkelijk iets zegt over consumptie en gezondheid.
Het aantal bedrijven is toegenomen. Tegelijkertijd zijn horecaconcepten veranderd, is de markt over meer ondernemingen verdeeld, daalde de gemiddelde omzet per bedrijf en werd de recente omzetgroei voor een belangrijk deel veroorzaakt door hogere prijzen. Inmiddels leiden die prijzen juist tot minder bezoeken.
Dat is een wezenlijk ander beeld dan de suggestie dat Nederland in twintig jaar tijd simpelweg twee keer zoveel ongezond fastfood is gaan eten.
Het debat over een gezonde voedselomgeving is te belangrijk voor gemakkelijke conclusies. Niet om het probleem kleiner te maken, maar om het in het juiste perspectief te plaatsen.
Lees ook: Één eetmoment maakt nog geen ongezonde leefstijl
Beide artikelen zijn geschreven door Frans van Rooij
Afbeelding ter ilustratie gemaakt door ChatGPT
