Van CBS-cijfers naar de snackbar
De publicatie van nieuwe CBS-cijfers over het aantal fastfoodbedrijven leidde afgelopen week tot een stroom aan berichten over snackbars, ongezond eten en overgewicht. Maandagavond bereikte die discussie bij WNL’s Goedenavond Nederland voorlopig zijn climax. Daar werd openlijk gesproken over minder snackbars en de mogelijkheid om ze rond scholen of in wijken te weren. Voor ProFri maakt deze week vooral één ding duidelijk: een branche die niet zelf aan tafel zit, loopt het risico dat anderen bepalen welk beeld van haar ontstaat.
Het begon vorige week met cijfers van het CBS over de groei van een brede categorie fastfoodbedrijven. ProFri wees er direct op dat daar veel meer ondernemingen onder vallen dan de traditionele snackbar of cafetaria.
Dat onderscheid bleek ook tijdens Goedenavond Nederland relevant.
Toen Jet Bussemaker, voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, stelde dat het aantal snackbars was verdubbeld, corrigeerde de presentator haar: het ging om het aantal fastfoodzaken en het aantal traditionele snackbars daalt juist. Bussemaker erkende vervolgens dat op de definitie van het CBS “wat af te dingen” is.
Je zou verwachten dat daarmee ook de verdere discussie breder zou worden.
Toch gebeurde vrijwel het tegenovergestelde.
Ineens gaat het over een snackbarverbod
Enkele minuten later ging het gesprek alweer over de vraag of gemeenten in nieuwe wijken een snackbar zouden mogen weren. Bussemaker zei dat minder snackbars onderdeel zou kunnen zijn van een groter plan, al voegde zij er nadrukkelijk aan toe dat alleen de snackbar wegjagen geen oplossing is.
Later werd gesproken over snackbars rond scholen en gaf Bussemaker aan dat zij zich kan voorstellen dat daar beperkingen worden opgelegd.
Tegenover Bussemaker zat snackrecensent Eke Bosman, beter bekend als Snackspert. Hij bracht vooral de liefhebberij en de sociale betekenis van de snackbar in het gesprek. Zo wees hij erop dat de snackbar ook een ontmoetingsplek kan zijn waar mensen uit verschillende milieus elkaar tegenkomen. Begrijpelijk vanuit zijn rol, maar daardoor bleef inhoudelijk tegenwicht op de CBS-cijfers, de positie van de traditionele snackbar en de relatie met het gezondheidsvraagstuk grotendeels uit.
Bussemaker bracht overigens zelf verschillende belangrijke nuances aan. Zij wees onder meer op supermarkten, scholen, bewegen, gezond eten, prijsbeleid en de inrichting van wijken. Ook zei zij opnieuw dat uitsluitend zeggen dat een snackbar ergens niet mag komen geen oplossing is.
Die nuance is belangrijk.
Maar tegelijkertijd laat juist deze uitzending zien waar ProFri zich zorgen over maakt.
Brede statistieken worden versmald. Vervolgens wordt een verband gelegd met een groot maatschappelijk gezondheidsvraagstuk. En uiteindelijk staat de snackbar als herkenbaar symbool centraal in een discussie over beperkingen en verboden.
Beeldvorming kan beleid worden
Dat raakt aan de reden waarom ProFri bijna vijftien jaar geleden is opgericht.
Ook toen constateerden we dat frituurbedrijven regelmatig onderwerp waren van maatschappelijke discussies waarin beeldvorming, gezondheid en vooroordelen door elkaar liepen. De overtuiging was dat professionele frituurondernemers een eigen stem nodig hadden.
Die noodzaak is niet verdwenen.
Misschien is zij zelfs groter geworden.
Want beeldvorming blijft niet altijd bij woorden. Als het beeld ontstaat dat steeds meer snackbars een belangrijke oorzaak vormen van gezondheidsproblemen, is de volgende stap al snel de vraag of gemeenten het aantal snackbars moeten beperken.
Dan gaat het uiteindelijk over ondernemingsvrijheid, vestigingsmogelijkheden en de positie van bestaande en toekomstige frituurbedrijven.
Geen ontkenning van het gezondheidsvraagstuk
ProFri ontkent het maatschappelijke probleem van overgewicht en obesitas niet.
Dat hebben we nooit gedaan.
Maar een serieus gezondheidsvraagstuk verdient ook een serieuze analyse. Daarbij horen het totale voedingspatroon, beweging, opvoeding, inkomen, leefomgeving, supermarkten, scholen, horeca, bezorging en tal van andere factoren.
Ook Bussemaker maakte bij WNL duidelijk dat een bredere aanpak nodig is. Zij sprak onder meer over scholen, supermarkten, bewegen en de inrichting van wijken.
Juist daarom is het niet zorgvuldig wanneer de snackbar telkens opnieuw als symbool van het probleem naar voren wordt geschoven.
Dit is waarom ProFri bestaat
De storm rond de CBS-cijfers zal waarschijnlijk weer gaan liggen.
Volgende week gaat het nieuws over iets anders.
Maar voor frituurondernemers blijft de onderliggende vraag bestaan: wie staat er op wanneer cijfers verkeerd worden geïnterpreteerd, wanneer beeldvorming doorslaat of wanneer lokaal of landelijk beleid de positie van frituurbedrijven raakt?
Een individuele ondernemer kan dat nauwelijks alleen.
Daarvoor is collectieve belangenbehartiging nodig. Een organisatie die cijfers onderzoekt, contacten onderhoudt met beleidsmakers, media te woord staat en duidelijk maakt dat de professionele frituurbranche zelf onderdeel wil zijn van het gesprek over haar toekomst.
Dat is waarom ProFri ooit is opgericht.
En na afgelopen week kunnen we eigenlijk maar één conclusie trekken:
De reden waarom ProFri bijna vijftien jaar geleden nodig was, bestaat nog steeds. Misschien duidelijker dan ooit.
Want wie niet zelf aan tafel zit wanneer over zijn branche wordt gesproken, moet niet verbaasd zijn wanneer anderen uiteindelijk bepalen wat er op tafel komt.
Niets doen is daarom geen optie.
De toevoeging over Snackspert werkt hier goed omdat hij niet wordt aangevallen, maar zijn rol wel duidelijk wordt afgebakend. Daarmee wordt indirect ook sterker waarom een deskundige vakvereniging iets anders is dan een liefhebber of influencer die namens zichzelf aan een talkshowtafel zit.
