DNB ziet structureel grotere markt
De consument besteedt steeds meer aan afhaal- en bezorgmaaltijden. Dat betekent echter niet automatisch dat ook het marktaandeel van friet en snacks groeit. De totale koek werd groter en kan de frituurbranche extra volume hebben gebracht, maar door de toegenomen concurrentie en veranderende beeldvorming komt die positie steeds meer onder druk te staan.
Achtergrondartikel geschreven door Frans van Rooij
De Nederlandsche Bank constateert dat afhaal- en bezorgmaaltijden steeds zwaarder meetellen in de inflatie. Het aandeel van deze categorie in het consumptiemandje van huishoudens groeide van ongeveer 1,6 procent in 2015 naar ruim 3 procent nu.
Ook de bijdrage aan de inflatie nam toe. Voor de coronaperiode bleef die doorgaans onder 0,1 procentpunt. In 2023 liep de bijdrage op tot 0,35 procentpunt. Inmiddels is deze afgenomen tot 0,13 procentpunt, vooral doordat de prijzen minder hard stijgen. Het aandeel in de totale bestedingen is volgens DNB niet afgenomen.
Dat bevestigt dat afhalen en bezorgen een structureel grotere plaats hebben gekregen in het leven van consumenten. Toch vertellen deze cijfers niet hoe vaak mensen bestellen, wat zij bestellen en bij welke bedrijven dat gebeurt. Een groter aandeel in het consumptiemandje kan behalve door meer bestellingen ook ontstaan door hogere prijzen en grotere bestelbedragen.
Afhalen bestond al vóór corona
DNB legt een duidelijk verband met de coronaperiode. Voor bezorgen is dat begrijpelijk. Veel horecabedrijven begonnen tijdens de lockdowns met bezorgen of breidden deze activiteit sterk uit. Consumenten raakten eraan gewend en een deel van die omzet is gebleven.
Voor afhalen ligt dat anders. Afhalen was decennialang vooral het domein van cafetaria’s, snackbars en de traditionele afhaalchinees. Voor veel frituurzaken is het van oudsher een van de belangrijkste omzetcategorieën.
Bezorgen kwam daar vooral in de afgelopen tien tot vijftien jaar bij en kreeg tijdens corona een extra impuls. Door afhalen en bezorgen onder één noemer te plaatsen, blijven twee verschillende ontwikkelingen buiten beeld. Ze vragen om een andere organisatie en kennen een andere kostenstructuur.
Een kleiner aandeel van een grotere koek
Een dalend marktaandeel betekent niet automatisch dat er minder friet en snacks worden verkocht. Als de totale markt sterk groeit, kan een kleiner percentage van die grotere markt nog altijd meer bestellingen, omzet en mogelijk ook meer volume opleveren.
Ook de groei van de Nederlandse bevolking zorgt voor extra potentiële eetmomenten. Nederland telde eind juni 2026 volgens het CBS 18,15 miljoen inwoners. De bevolking groeit nog steeds, al neemt het groeitempo sinds 2022 af. Meer inwoners kunnen nieuw volume opleveren, maar alleen wanneer de frituurbranche een voldoende groot deel van hun eetmomenten weet te behouden.
Het is daarom goed mogelijk dat het absolute volume van friet en snacks de afgelopen jaren is gegroeid, terwijl het aandeel binnen de totale afhaal- en bezorgmarkt afnam. De beschikbare cijfers maken dat onderscheid niet zichtbaar.
Friet en snacks zakken op de bezorgmarkt
Een analyse van Ubel Zuiderveld op Frituurwereld laat wel zien dat de onderlinge verhoudingen zijn veranderd. Vóór corona stonden friet en frituursnacks nog op de tweede plaats binnen de delivery-omzet van formulebedrijven. In de jaren 2020 tot en met 2023 zakte deze productcategorie naar de vierde plaats, achter pizza, burgersandwiches en sushi.
Die cijfers hebben uitsluitend betrekking op de bezorgomzet van formulebedrijven en zeggen dus niet alles over de totale frituurbranche. De traditionele afhaalomzet van duizenden zelfstandige cafetaria’s is daarin niet volledig zichtbaar. Toch onderstrepen ze dat de groei van bezorgen niet vanzelfsprekend naar friet en snacks is gegaan.
Cafetariaformules investeerden de afgelopen jaren flink in webshops en bezorgconcepten. Bij verschillende formulehuizen groeide bezorgen daardoor uit tot tientallen procenten van de omzet. Tegelijkertijd stopten veel zelfstandige ondernemers na corona weer met bezorgen, onder meer vanwege het personeelstekort. Andere bedrijven zijn er nooit aan begonnen.
Consument heeft veel meer keuze
De totale gemaksmarkt is niet alleen groter geworden, maar ook veel drukker. Vrijwel iedere keuken en elk horecaconcept biedt tegenwoordig afhalen of bezorgen aan. Op hetzelfde eetmoment kan de consument kiezen uit friet en snacks, pizza, sushi, shoarma, roti, pokébowls, hamburgers en restaurantmaaltijden.
Ook de supermarkt en de thuismarkt ontwikkelen zich verder. Het aanbod kant-en-klare maaltijden groeit en dankzij de airfryer kunnen consumenten thuis steeds gemakkelijker friet, snacks en allerlei andere producten bereiden.
De frituurbranche is met de veranderende consument meegegroeid. Ondernemers verbreedden hun assortiment, gingen online bestellingen aannemen en begonnen maaltijden te bezorgen. De groeiende behoefte aan gemak heeft de branche veel gebracht. Maar de consument die niet wil koken, kiest niet meer vanzelfsprekend voor een frietmaaltijd.
Zolang de totale markt hard genoeg groeit, kan die groei een dalend aandeel compenseren. Wanneer de markt volwassener wordt en minder snel groeit, wordt het steeds moeilijker om met een kleiner aandeel toch extra volume te realiseren.
Imago wordt een commerciële factor
Naast prijs, gemak, kwaliteit en assortiment speelt ook het imago een steeds grotere rol. Friet, snacks en frituurzaken worden in maatschappelijke discussies en mediaberichten regelmatig onder de brede noemer fastfood geplaatst en gekoppeld aan ongezonde voeding.
Daarbij ontbreekt vaak de nuance over portiegrootte, consumptiefrequentie, bereidingswijze en het totale voedingspatroon. Toch kan herhaalde beeldvorming invloed krijgen op de keuzes van consumenten. Zeker wanneer zij uit steeds meer maaltijdsoorten kunnen kiezen.
Daarmee is beeldvorming niet alleen een maatschappelijk onderwerp, maar ook een economische factor. Als consumenten een frietmaaltijd minder vanzelfsprekend vinden passen binnen hun leefstijl, kan dat uiteindelijk het maagaandeel en vervolgens ook het absolute verkoopvolume raken.
Voor ProFri onderstreept dit het belang van een herkenbare eigen stem voor de branche. Niet om iedere discussie af te houden, maar om feiten, vakmanschap en de werkelijke praktijk van professionele frituurbedrijven zichtbaar te maken.
Omzet zegt nog niets over rendement
Ook als het volume groeit, betekent dat niet automatisch dat het rendement verbetert. Een bestelling die wordt afgehaald en via het eigen kanaal binnenkomt, kent een andere marge dan een maaltijd die via een extern platform wordt verkocht en thuisbezorgd.
Bij bezorgen komen onder meer extra verpakkingskosten, bezorgkosten, transactiekosten en mogelijk platformcommissies kijken. Wanneer een bezorgbestelling in de plaats komt van een afhaalbestelling, kan de omzet gelijk blijven of stijgen terwijl de marge afneemt. Veel ondernemers hebben dat bij de eerste stappen met bezorgen ervaren.
Ook de manier waarop in de zaak wordt besteld, verandert. Bestelterminals kunnen werk aan de kassa overnemen en zo helpen bij het personeelstekort. Tegelijkertijd verandert daarmee het contact met de gast. Gastvrijheid verdwijnt niet, maar moet op een andere manier worden georganiseerd.
Meer inzicht nodig
De publicatie van DNB maakt duidelijk dat afhalen en bezorgen economisch belangrijker zijn geworden. Voor de frituurbranche blijven echter essentiële vragen onbeantwoord.
Hoeveel wordt afgehaald en hoeveel bezorgd? Welk deel loopt via een eigen bestelkanaal en welk deel via een platform? Wat wordt thuis besteld en wat aan een terminal in de zaak? Welke producten kiest de consument, hoeveel bestellingen worden geplaatst en welke marge blijft per verkoopkanaal over?
Pas met die informatie wordt duidelijk of een kleiner marktaandeel nog steeds wordt gecompenseerd door een groter totaalvolume, of dat de druk inmiddels ook in de verkochte aantallen zichtbaar wordt. De markt voor gemak blijft groot, maar het aandeel van de frituurbranche daarin is niet langer vanzelfsprekend.
Foto gemaakt bij Frietwinkel Dapp in Utrecht tijdens corona (april 2021)
