Winterswijk telt relatief veel frituurzaken. Volgens Ubel Zuiderveld zijn het er veertien: meer per inwoner dan gemiddeld in Nederland, maar vergelijkbaar met Brabant en Limburg en mede verklaarbaar door Duitse klandizie. Het lokale voorbeeld laat opnieuw zien dat de brede CBS-categorie weinig zegt over het werkelijke aantal frituurspeciaalzaken en niets over consumptie of overgewicht.
Van 38 fastfoodzaken naar 14 frituurzaken
RTV Slingeland interviewde Ubel Zuiderveld, voormalig interim-directeur van ProFri en al jarenlang kenner van de frituur- en fastfoodsector. Aanleiding was de berichtgeving dat Winterswijk op basis van nieuwe CBS-cijfers de fastfoodhoofdstad van de Achterhoek zou zijn.
Zuiderveld reageert in het interview scherp op het beeld dat hierdoor ontstaat. Volgens het CBS telt Winterswijk 38 bedrijven binnen de categorie fastfood. Daaronder vallen echter niet alleen cafetaria’s, snackbars en hamburgerrestaurants, maar ook koffie- en broodjeszaken, ijssalons, eetkramen, shoarmazaken en andere aanbieders van eten voor directe consumptie.
Wie specifiek naar snackbars, cafetaria’s en andere frituurspeciaalzaken kijkt, komt volgens Zuiderveld uit op veertien. Winterswijk telt dus geen 38 snackbars.
Wel meer frituurzaken dan gemiddeld
Met die veertien frituurzaken ligt Winterswijk nog steeds boven het landelijke gemiddelde. De gemeente telde op 1 januari 2026 volgens de gemeentelijke bevolkingsgegevens 29.288 inwoners. Dat betekent één frituurzaak per ongeveer 2.100 inwoners.
Nederland telt naar schatting circa 5.400 cafetaria’s, snackbars en andere frituurspeciaalzaken. Bij 18,13 miljoen inwoners komt dat neer op gemiddeld één frituurzaak per ongeveer 3.350 inwoners.
Per inwoner heeft Winterswijk daarmee circa 60 procent meer frituurzaken dan het Nederlandse gemiddelde. Binnen de Achterhoek mag Winterswijk dus best een opvallende positie worden toegedicht. Landelijk is die dichtheid echter niet uitzonderlijk. Eén frituurzaak per circa 2.000 inwoners ligt rond het gemiddelde dat we ook in Noord-Brabant en Limburg zien, provincies met een sterke frituurcultuur.
Duitse klanten vergroten het verzorgingsgebied
Daar komt bij dat de frituurzaken in Winterswijk niet alleen afhankelijk zijn van de eigen inwoners. Zuiderveld wijst in het interview terecht op de ligging vlak bij de Duitse grens. Winterswijk trekt Duitse bezoekers die er winkelen, de markt bezoeken en ook iets eten.
Bij de berekening van het aantal zaken per duizend inwoners worden deze bezoekers niet meegeteld. De 14 frituurzaken worden uitsluitend afgezet tegen de 29.288 inwoners van de gemeente, terwijl hun werkelijke klantenkring groter is.
Dat helpt verklaren waarom Winterswijk relatief veel frituurzaken kan dragen. Het betekent bovendien dat uit het aantal zaken niet kan worden afgeleid dat Winterswijkers zelf vaker friet en snacks eten.
In de jaren zestig waren er veel meer frituurzaken
Ook historisch gezien is de huidige dichtheid in Winterswijk niet uitzonderlijk. In de jaren zestig telde Nederland ruim 8.000 frituurzaken. De bevolking groeide in dat decennium van 11,4 miljoen naar bijna 13 miljoen inwoners. Er was toen landelijk ongeveer één frituurzaak per 1.400 tot 1.600 inwoners.
Nederland had destijds dus per inwoner aanzienlijk meer frituurzaken dan Winterswijk nu. Veel van die bedrijven waren frietkramen die het straatbeeld mede bepaalden. Deze zijn inmiddels nagenoeg verdwenen. Het aantal cafetaria’s, snackbars en andere frituurspeciaalzaken daalde naar circa 5.400, terwijl de Nederlandse bevolking juist sterk groeide.
Historische en actuele tellingen zijn niet op ieder detail één-op-één vergelijkbaar, maar de ontwikkeling is duidelijk: van een landelijke groei of verdubbeling van het aantal echte frituurzaken is geen sprake.
Brede CBS-categorie groeide wel
De recente CBS-publicatie gaat over een veel bredere groep. Het CBS telde begin 2026 ruim 19.400 bedrijven binnen de categorie fastfood, tegenover ruim 10.300 in 2007. Dat is een toename van 88 procent.
Die groei kan echter niet worden vertaald naar een bijna verdubbeling van het aantal snackbars of frituurspeciaalzaken. De categorie omvat ook allerlei nieuwe gemaksconcepten, broodjeszaken, lunchrooms, ijssalons, eetkramen en afhaalbedrijven die de afgelopen twintig jaar zijn ontstaan.
Fastfood is hier een administratieve bedrijfsindeling en geen voedingskundige kwalificatie. ProFri wees daar eerder al op in de artikelen Bijna twee keer zoveel fastfoodzaken? De cijfers vragen om meer context en 33 fastfoodzaken in Baarn? De cijfers vertellen een ander verhaal dan de kop.
Geen maatstaf voor gezondheid
Winterswijk telt dus relatief veel frituurzaken, maar de verklaring is breder dan het eetgedrag van de eigen inwoners. De dichtheid past bij die van traditionele frituurprovincies als Brabant en Limburg, ligt onder het landelijke niveau uit de jaren zestig en wordt mede gedragen door Duitse bezoekers.
Het aantal vestigingen zegt bovendien niets over hoe vaak mensen er komen, wat zij bestellen of hoeveel er wordt verkocht. Nog minder kan daaruit een conclusie worden getrokken over overgewicht of obesitas.
Wie cijfers wil gebruiken voor maatschappelijke beeldvorming of gemeentelijk beleid, moet daarom eerst vaststellen wat er werkelijk is geteld. Winterswijk mag op basis van de cijfers relatief veel frituurzaken hebben. Dat maakt de gemeente nog niet het bewijs dat Nederland wordt overspoeld door snackbars of dat haar inwoners door de aanwezigheid van snackbars ongezonder eten.
Afbeelding linkt door naar interview van RTV Slingeland

