Een gezondere voedselomgeving vraagt om een eerlijke beoordeling van alle aanbieders. Met die boodschap brengt ProFri het ProFri-manifest opnieuw onder de aandacht van media en beleidsmakers. Kijk ook naar prijs, verkoopvolume en wat mensen daadwerkelijk kopen en eten, is de oproep van de vakvereniging.
Het was weer zover: nieuw onderzoek naar de voedselomgeving, zorgen over jongeren en opnieuw de snackbar als herkenbaar gezicht van het probleem. De berichtgeving van de afgelopen dagen laat zien waarom het ProFri-manifest nog altijd nodig is.
Leiden en andere gemeenten dringen aan op een Voedselwet die meer mogelijkheden moet bieden om nieuwe ongezonde voedselaanbieders te weren. In het Leidsch Dagblad werd die oproep op 9 oktober nadrukkelijk gekoppeld aan het tegenhouden van nieuwe snackbars in de buurt van scholen.
Het onderzoek kijkt breder
Aanleiding is de Voedseldrukmonitor van Amsterdam UMC en de Universiteit van Amsterdam. Die brengt de voedselomgeving in tien gemeenten in kaart en kijkt naar 31 typen verkooppunten, waaronder supermarkten, bakkers, lunchrooms en fastfoodzaken.
Dat brede perspectief is nodig. Maar zodra vooral snackbars in de koppen en discussies verschijnen, ontstaat opnieuw het beeld dat juist onze branche de oorzaak van het probleem is. Die conclusie kun je uit een onderzoek naar de gehele voedselomgeving niet zomaar trekken.
Wie de voedselomgeving rond scholen wil verbeteren, moet verder kijken dan het bord boven een frituurzaak. Waar kopen jongeren hun eten en drinken? Wat kiezen zij, hoeveel kopen ze en hoe vaak? Die vragen verdienen onderzoek bij alle aanbieders, waaronder supermarkten. Zonder inzicht in het daadwerkelijke koop- en eetgedrag blijft onduidelijk hoeveel het weren van een bepaald type verkooppunt oplevert.
Aanbod is nog geen consumptie
Ook bij de scores zelf past een kanttekening. De monitor combineert een beoordeling van het aanbod met het aantal verkooppunten en hun nabijheid. De werkelijk verkochte hoeveelheden worden niet rechtstreeks meegewogen.
De onderzoekers erkennen die beperking. In het rapport staat dat winkelgrootte, omvang van het aanbod en marktaandeel geen afzonderlijk gewicht krijgen. Voor prijs en betaalbaarheid zijn volgens hen aanvullende indicatoren nodig.
Dat raakt de vergelijking tussen supermarkten en frituurzaken. Een grote supermarkt kan naar verhouding meer gezonde producten aanbieden en tegelijkertijd in absolute aantallen veel meer snacks, snoep en frisdrank verkopen. Een gunstiger score voor een type verkooppunt vertelt dus nog niet hoeveel van zulke producten er via de kassa bij consumenten terechtkomen.
Ook het verschil in omzet en schaal verdient daarom aandacht. Omzet alleen bewijst niet hoeveel ongezond voedsel een sector verkoopt: supermarkten verkopen immers ook gezonde voeding en andere producten. Maar wie de bijdrage van verschillende verkoopkanalen aan het eetpatroon wil vergelijken, moet ook hun verkoopvolume en de daadwerkelijke consumptie onderzoeken.
Meer kilocalorieën voor hetzelfde geld
Prijs hoort bij die vergelijking. Voor ongeveer de prijs van één kroket in een cafetaria kan een consument in de supermarkt een doosje van vier kopen. Die moeten thuis nog worden bereid, maar het voorbeeld illustreert wat we bedoelen met goedkopere kilocalorieën: voor een vergelijkbaar aankoopbedrag is een grotere hoeveelheid voedingsenergie beschikbaar.
Dat betekent niet automatisch dat iemand ook alle vier de kroketten opeet. Het maakt wel duidelijk waarom betaalbaarheid onderdeel moet zijn van de beoordeling. Zeker wanneer het gaat over consumenten met een beperkt budget, is de vraag hoeveel eten zij voor hun geld kunnen kopen relevant.
Een vergelijking van verkooppunten krijgt meer betekenis wanneer ook wordt gekeken naar prijzen, verkochte hoeveelheden en de keuzes die consumenten daadwerkelijk maken.
Dit staat al in ons manifest
Met het ProFri-manifest vroeg ProFri in 2021 al om een eerlijke beoordeling van de frituurbranche. Het document benoemt de verschillen in verkoopvolume en prijs tussen supermarkten en frituurzaken. Ons pleidooi om die factoren mee te wegen, maakt dus al jaren deel uit van onze visie.
Het manifest vraagt om onderzoek naar het volledige eetpatroon en een onbevooroordeelde vergelijking van calorieën, ongeacht waar ze worden gekocht. Ook roept het de media op om frituurzaken en gefrituurde producten eerlijk in beeld te brengen.
ProFri staat daarbij voor vakmanschap, veiligheid en verantwoordelijkheid. Het manifest vraagt tevens erkenning voor de sociale rol van frituurzaken in wijken en dorpen. Wij willen als gesprekspartner bijdragen aan een gezondere voedselomgeving. Dat vraagt om onderbouwde maatregelen en overleg met de ondernemers die ermee te maken krijgen.
Onze oproep aan media en beleidsmakers
Aan journalisten en redacties vraagt ProFri: geef het volledige beeld van de onderzochte verkooppunten en benoem wat de scores wel en niet laten zien. Maak duidelijk dat een ongunstige score voor een type verkooppunt nog niet bewijst dat die branche de grootste bijdrage levert aan ongezonde consumptie. Betrek ook frituurondernemers wanneer hun rol ter discussie staat.
Aan beleidsmakers vraagt ProFri: werk met duidelijke, onderbouwde criteria voor alle aanbieders. Onderzoek naast het aanwezige aanbod ook prijs, verkoopvolume en daadwerkelijk koop- en eetgedrag. Maak inzichtelijk hoe voorgestelde maatregelen bijdragen aan een gezonder eetpatroon en betrek de ondernemers bij het ontwikkelen ervan.
ProFri nodigt media, gemeenten en onderzoekers uit om hierover in gesprek te gaan, met het ProFri-manifest als vertrekpunt. Onze boodschap is helder: beoordeel wat mensen kopen en eten, voor welke prijs en in welke hoeveelheden. Dat vraagt om een brede blik op de hele voedselomgeving.
Onze branche verdient een eerlijke beoordeling. Een gezondere voedselomgeving vraagt om meer dan telkens dezelfde zondebok.
Snackbars,cafetaria’s en frituurzaken
toch niet de oorzaak van
gezondheidsachterstand
Een vereniging die jouw dagelijkse praktijk kent, opkomt voor jouw belangen en je helpt met kennis en voordeel. Dat is ProFri, de vakvereniging voor ondernemers in de frituurbranche. Nieuwe leden kunnen kennismaken met de vereniging mét een contributie-teruggarantie.

Een vereniging voor jouw vak
Als ondernemer in de frituurbranche krijg je veel op je bord. Van personeelszaken en stijgende kosten tot voedselveiligheid en veranderende regels. Dan is het prettig om een vereniging achter je te hebben die begrijpt wat deze ontwikkelingen voor jouw bedrijf betekenen.
ProFri komt op voor de belangen van cafetaria’s, snackbars en andere frituurspeciaalzaken. We brengen de stem van frituurondernemers onder de aandacht van politiek en overheid en ondersteunen je met actuele informatie en praktische hulpmiddelen. Ook wanneer je bij een formule bent aangesloten, kan ProFri iets voor jouw onderneming betekenen.
Voordelen die passen bij jouw bedrijf
Als lid kun je gebruikmaken van onder meer:
Welke mogelijkheden interessant zijn, verschilt per onderneming. Samen bekijken we wat bij jouw zaak past. Soms vraagt het benutten van een voordeel om een overstap naar een andere dienstverlener of leverancier.
Contributie-teruggarantie voor nieuwe leden
ProFri biedt nieuwe leden een contributie-teruggarantie. Kun je geen financieel voordeel uit je lidmaatschap halen? Dan krijg je de betaalde contributie voor het eerste contributiejaar terug.
Om hiervoor in aanmerking te komen, moet je wel bereid zijn om met onze partners in gesprek te gaan over de exclusieve voordelen die zij ProFri-leden bieden. Deze gesprekken zijn vrijblijvend. De garantie geldt ook voor ondernemers die bij een formule zijn aangesloten.
Samen maken we de branche sterker
Met je lidmaatschap steun je ook het werk dat ProFri voor de hele frituurbranche doet: belangen behartigen, vakkennis vergroten en werken aan de waardering voor het frituurvak. Hoe meer ondernemers zich aansluiten, hoe sterker onze gezamenlijke stem.
Wil je weten wat ProFri voor jouw onderneming kan betekenen? Sluit je aan en ontdek welke ondersteuning en voordelen bij jouw bedrijf passen.
Bij aanmelding in 2026 betaal je over de resterende maanden van dat jaar geen contributie. Je contributie gaat dan in vanaf 1 januari 2027.
McCain ziet af van de bouw van een nieuwe frietfabriek in Duitsland. Niet omdat er wereldwijd ineens minder friet wordt gegeten. De internationale frietmarkt verandert vooral van structuur. Juist in groeimarkten worden steeds meer aardappelen geteeld en nieuwe fabrieken gebouwd. Dat zet de bestaande Europese productiecapaciteit onder druk. Achter het besluit van McCain gaat daarmee een interessant economisch verhaal schuil over investeringen, capaciteit en uiteindelijk de prijs van diepvriesfriet.

Foto:McCain Foods Holland - productielocatie bij het Zeeuwse dorp Rilland, geopend in 2023
McCain wilde in Mehrum, ten oosten van Hannover, tot ongeveer 1 miljard euro investeren in een nieuwe productielocatie. Het concern zet het project niet door en wijst onder andere op sterk gestegen projectkosten, overcapaciteit en veranderende afzetmarkten.
De wereld eet niet ineens minder friet
Dat laatste is belangrijk. De wereldwijde frietconsumptie hoeft helemaal niet af te nemen om Europese fabrieken toch met minder groeiperspectief te confronteren.
In landen waar de vraag naar friet sterk groeit, wordt namelijk ook fors geïnvesteerd in lokale aardappelteelt en verwerking. Daardoor hoeft die extra friet steeds minder vanuit West-Europa te komen.
Aviko is daarvan een goed Nederlands voorbeeld. De aardappelverwerker investeert al jaren in China en breidde in 2025 de capaciteit van zijn fabriek in Xilinhot opnieuw fors uit. Daarmee wordt de groeiende Chinese en Aziatische markt steeds meer vanuit de regio zelf bediend.
Wat voorheen een interessante exportmarkt voor Europese fabrieken was, krijgt dus steeds meer eigen productiecapaciteit.
Een fabriek moet worden terugverdiend
Tegelijkertijd kosten moderne frietfabrieken enorme bedragen. Zo'n investering wordt alleen gedaan wanneer gedurende vele jaren voldoende product tegen een voldoende prijs kan worden verkocht.
De Belegger maakt dit inzichtelijk met een rekenvoorbeeld. Bij een investering van 1 miljard euro, een periode van twintig jaar en een rendementseis van 8 procent is jaarlijks ruim 100 miljoen euro aan kasstroom nodig om zo'n investering economisch te rechtvaardigen.
Dat is geen cijfer uit de boekhouding van McCain, maar maakt wel duidelijk hoe groot de financiële belangen zijn.
De fabriek zit ook in de frietprijs
Wie een doos diepvriesfriet koopt, betaalt daarom niet alleen voor aardappelen, olie, energie en arbeid. Ook gebouwen, machines, onderhoud, financiering, opslag, logistiek en geïnvesteerd kapitaal maken onderdeel uit van de economische kostprijs.
Daarbij is bezettingsgraad cruciaal. Hoe voller een fabriek draait, hoe beter de vaste kosten over alle geproduceerde kilo's kunnen worden verdeeld. Ontstaat overcapaciteit, dan wordt een nieuwe miljardeninvestering moeilijker terug te verdienen.
Meer dan alleen de aardappelprijs
Dat verklaart ook waarom goedkope aardappelen niet automatisch leiden tot een evenredig lagere prijs van diepvriesfriet. De aardappel is slechts één onderdeel van de totale kostprijs.
Het besluit van McCain geeft zo een bijzonder kijkje in de keuken van de internationale frietindustrie. Niet alleen de consumptie verandert, vooral de plaats waar aardappelen worden geteeld, friet wordt geproduceerd en miljarden worden geïnvesteerd verschuift.
Voor de frituurondernemer maakt dat duidelijk waarom de vraag ‘wat kost de aardappel?’ maar een deel van het antwoord geeft op de vraag waarom een doos friet kost wat hij kost.
Auteur: Frans van Rooij
Partner in beeld
Veel ProFri-leden gebruiken CleanUpp al naar tevredenheid voor hun dagelijkse HACCP-registratie. Met CleanUpp 2.0 heeft ProFri-partner Houwers de vertrouwde app grondig vernieuwd. Meer overzicht, nieuwe functies en extra gebruiksgemak bieden bestaande gebruikers opnieuw voordelen. Ook voor ondernemers die hun registraties willen digitaliseren, is dit een mooi moment om kennis te maken met de app.

Registraties en inspecties bij elkaar
Temperaturen controleren, werkzaamheden aftekenen en bijhouden welke acties nog openstaan: het hoort bij de dagelijkse praktijk in iedere frituurzaak. CleanUpp helpt om deze informatie digitaal te organiseren. Jij en je medewerkers hebben formulieren, registraties en werkwijzen bij de hand.
Laat je Houwers een inspectie uitvoeren? Dan verschijnt het inspectierapport automatisch in de app. Eventuele verbeterpunten worden eveneens als acties opgenomen. Zo kun je de bevindingen en de opvolging daarvan op dezelfde plek terugvinden.
Een grote stap na vele updates
CleanUpp bestaat al meer dan tien jaar en kreeg in die periode ruim honderd updates. Met versie 2.0 volgt nu een grotere vernieuwing.
Het nieuwe startscherm kun je naar eigen voorkeur inrichten. Je ziet bijvoorbeeld de voortgang van taken en de gegevens van aangesloten temperatuursensoren. De vernieuwde sensorrapportages zetten meetwaarden, afwijkingen en benodigde acties overzichtelijk bij elkaar.
Daarnaast is er een nieuwe allergenenfilter. Je beheert recepten in de app en kunt gerechten filteren op allergenen, zoals gluten of noten. Dat helpt bij het beantwoorden van vragen van gasten.
Meerdere zaken, één inlog
Voor ondernemers met meerdere vestigingen wordt het gebruik eenvoudiger. Je wisselt met één inlog tussen locaties; aparte accounts per vestiging zijn niet meer nodig. Ook kunnen kwaliteitsmanagers live meekijken bij het oplossen van problemen. CleanUpp 2.0 is beschikbaar voor iOS en Android.
Korting voor ProFri-leden
Als lid van ProFri kom je in aanmerking voor korting op de maandelijkse kosten van CleanUpp. Wil je weten hoe je gebruikmaakt van dit voordeel? Neem dan contact op met het secretariaat van ProFri.
Ben je nog geen lid? Deze korting is een van de praktische voordelen van het ProFri-lidmaatschap. Bekijk het overzicht op profri.nl/ledenvoordelen. Meer informatie over de app en het aanvragen van een demonstratie vind je op cleanupp.nl.
Een koper gevonden, overeenstemming over de prijs en een datum voor de overdracht afgesproken? Dan lijkt het belangrijkste werk gedaan. Toch gaat het bij de verkoop van een horecazaak regelmatig mis op een onderwerp dat minder aandacht krijgt: de lopende contracten.

Een bedrijf verkopen betekent namelijk niet automatisch dat je van al je verplichtingen af bent.
Welke contracten lopen nog?
Vrijwel iedere frituuronderneming heeft overeenkomsten met leveranciers en dienstverleners. Denk aan:
Sommige contracten lopen nog jaren door. De gedachte “ik heb mijn zaak verkocht, dus het contract stopt ook” kan daarom een dure misrekening zijn.
Maak vóór de verkoop duidelijke afspraken
Breng voordat je de koop/verkoopovereenkomst tekent alle lopende contracten in kaart. Controleer de looptijd, opzegtermijn, eventuele beëindigingskosten en vooral of een contract kan worden overgenomen door de koper.
Een afspraak tussen koper en verkoper dat een contract wordt overgenomen, is niet altijd voldoende. Vaak moet ook de leverancier daarmee instemmen.
Leg daarom per contract duidelijk vast wat ermee gebeurt en neem tijdig contact op met de betreffende leverancier.
Dat geldt zeker voor langlopende lease-, onderhouds- en energiecontracten. Wanneer een koper zo’n overeenkomst niet wil of kan overnemen, kan de verkoper mogelijk nog steeds aan zijn oorspronkelijke afspraken worden gehouden. Dat kan leiden tot opzegkosten of andere financiële claims.
Let ook op apparatuur
Kijk niet alleen naar de maandelijkse facturen. Apparatuur die in de zaak staat, kan eigendom zijn van een leverancier of leasemaatschappij.
Een koffiemachine, kassasysteem, betaalterminal of ander apparaat kan dus fysiek met de zaak worden overgedragen, terwijl het bijbehorende contract nog gewoon op naam van de verkoper staat.
Ook hierover moeten vooraf duidelijke afspraken worden gemaakt.
ProFri kan soms helpen
Loop je als ProFri-lid bij een bedrijfsoverdracht tegen een probleem aan, neem dan gerust contact op met het secretariaat. Zeker bij leveranciers en partners waarmee ProFri goede contacten onderhoudt, kunnen we soms helpen om partijen met elkaar in gesprek te brengen.
Soms werkt een leverancier uit coulance mee aan vervroegde beëindiging of contractsovername.
Maar coulance is geen recht.
De ondernemer blijft uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor de overeenkomsten die hij of zij heeft afgesloten. ProFri kan ondersteunen of bemiddelen, maar kan die contractuele verplichtingen niet overnemen.
Voorkom de gebakken peren
Begin daarom ruim vóór de verkoop met het controleren van alle lopende contracten. Bespreek met de koper wat wordt overgenomen, stem dit af met leveranciers en leg afspraken schriftelijk vast.
Zo voorkom je dat de sleutel al is overgedragen, maar de rekeningen bij jou blijven binnenkomen.
Afbeelding ter illustratie gegenereerd met behulp van ChatGPT