Column van Frans
Wordt het frietje weer duurder? Die vraag krijgt ProFri met grote regelmaat van de meest uiteenlopende media. De aanleiding wisselt, maar de belangstelling blijft. Een bericht over de aardappeloogst is al genoeg om de discussie opnieuw op gang te brengen.
AI-gegenereerde foto-illustratie: achter iedere portie friet staat een ondernemer die ook zijn rekeningen moet kunnen betalen.
Eigenlijk zegt dat iets moois. Het frietje is van ons allemaal. De vaste frietavond, een puntzak tijdens een dagje uit of even langs de vertrouwde cafetaria. Het hoort bij ons dagelijks leven. En dus vinden we er allemaal iets van als de prijs verandert.
Die betrokkenheid begrijp ik. Maar juist daarom verdient het verhaal achter die prijs meer aandacht.
Nieuwsgrazer voorspelde onlangs ‘recordprijzen’ in de snackbar en verwees daarbij naar een tegenvallende aardappeloogst. Dat vind ik voorbarig. Een kleinere oogst kan gevolgen hebben voor de inkoopprijzen, maar daarmee staat nog niet vast hoeveel de klant straks aan de toonbank betaalt.
Dat een lekkere puntzak friet op termijn duurder wordt, zou mij niet verbazen. Maar de verklaring daarvoor is veel breder dan wat er op het aardappelland gebeurt.
Neem de stijgende loonkosten. Medewerkers moeten goed worden betaald. De vlammen onder de frituurketels branden evenmin gratis. Ook huisvesting, frituurolie, verpakkingen, verzekeringen en onderhoud tellen mee. Een ondernemer moet bovendien geld overhouden om apparatuur te vervangen en in zijn bedrijf te investeren.
Wie de verkoopprijs van een portie friet rechtstreeks naast de aardappelprijs legt, slaat dus een groot deel van de rekening over. Ook bij goedkope aardappelen moeten alle andere kosten worden betaald.
En dan vergeten we nog iemand: de ondernemer zelf.
Die heeft thuis, net als zijn klanten, te maken met duurdere boodschappen en andere oplopende huishoudelijke uitgaven. Zijn inkomen moet uit zijn onderneming komen. Als hij steeds meer kosten opvangt en onderaan de streep steeds minder overhoudt, houdt hij dat niet eindeloos vol. Hoe hard hij ook werkt.
Een hogere prijs op het menubord betekent daarom niet automatisch dat de frituurder meer verdient. Het kan ook betekenen dat hij probeert te voorkomen dat hij nóg minder overhoudt.
Natuurlijk wil de klant zijn frietje betaalbaar houden. Dat wil de ondernemer ook. Hij ziet zijn vaste gasten graag terug en weet dat ook zij op hun uitgaven moeten letten. Maar een zaak kan alleen blijven bestaan als er voldoende overblijft om alle rekeningen te betalen én van het werk te leven.
De terugkerende vraag over de prijs laat zien hoeveel mensen aan hun frietje hechten. Laten we daarbij ook oog houden voor degene die het voor ons bakt.
Frans van Rooij, oprichter van ProFri
