Een ruzie in een cafetaria liep onlangs zo hoog op dat een medewerkster haar werkgeefster grof uitschold. Zij greep direct in en gaf de medewerkster ontslag op staande voet. Begrijpelijk vanuit emotie misschien, maar juridisch bleek het uiteindelijk te kort door de bocht.

De zaak haalde het AD, dat er ook een poll aan koppelde. Daaruit bleek dat 53 procent van de lezers vindt dat iemand die zijn werkgever grof uitscheldt altijd op staande voet mag worden ontslagen. Dat gevoel zal veel ondernemers niet vreemd zijn. Wie dagelijks hard werkt, verantwoordelijkheid draagt voor medewerkers en klanten, en dan ook nog grof wordt uitgescholden, kan zich diep geraakt voelen.

Toch laat deze zaak zien dat arbeidsrecht niet alleen draait om wat begrijpelijk voelt, maar ook om zorgvuldigheid.

ProFri arbeidsconflict op werkvloerEen woordenwisseling op de werkvloer kan grote gevolgen hebben. Ontslag op staande voet vraagt altijd om zorgvuldige afweging.
Beeld: gegenereerd met behulp van ChatGPT.

Ontslag op staande voet is het zwaarste middel

Ontslag op staande voet betekent dat een werknemer per direct zijn baan en inkomen verliest. Vaak heeft dit ook gevolgen voor het recht op een WW-uitkering. Daarom kijkt een rechter streng naar zo’n besluit. Er moet sprake zijn van een dringende reden, de reden moet direct worden meegedeeld en de werkgever moet zorgvuldig handelen. De Rijksoverheid noemt onder meer diefstal, fraude of werkweigering als voorbeelden van ernstige misdragingen waarbij ontslag op staande voet aan de orde kan zijn.

In de besproken zaak ging het om een medewerker van een friet- en snackverkooppunt die een van de vennoten uitschold. De rechter oordeelde dat het ontslag op staande voet in dit geval geen stand hield. Belangrijk daarbij was onder meer dat het leek te gaan om een eenmalige emotionele uitbarsting en dat de medewerker al ruim zeven jaar in dienst was. Volgens de rechtbank had een minder vergaande maatregel, zoals een officiële waarschuwing, meer voor de hand gelegen.

Begrip is iets anders dan gelijk krijgen

Voor ondernemers in de frituurbranche is dit een herkenbare en leerzame uitspraak. In een cafetaria kan de druk hoog oplopen. Er wordt gewerkt met piekmomenten, hitte, wachtrijen, bezorgdruk en soms mondige klanten. Dat maakt ongewenst gedrag niet acceptabel, maar het betekent wel dat een rechter altijd naar de hele situatie kijkt.

Was er sprake van een incident of van een patroon?
Is de werknemer eerder gewaarschuwd?
Zijn er getuigen?
Is hoor en wederhoor toegepast?
Is de maatregel in verhouding tot wat er is gebeurd?
En zijn persoonlijke omstandigheden, zoals leeftijd en duur van het dienstverband, meegewogen?

Juist die optelsom bepaalt of ontslag op staande voet juridisch houdbaar is.

Wat kun je als ondernemer beter doen?

Wie wordt geconfronteerd met grof taalgebruik, bedreiging of ander grensoverschrijdend gedrag hoeft dat niet te accepteren. Maar handel niet alleen vanuit boosheid. Zet de werknemer, als dat nodig is, tijdelijk naar huis om de rust terug te brengen. Leg vast wat er is gebeurd, noteer wie erbij waren en geef de werknemer de kans om zijn of haar kant van het verhaal te vertellen.

Bij ernstig gedrag kan juridisch advies verstandig zijn vóórdat je tot ontslag op staande voet overgaat. Soms is een officiële waarschuwing, schorsing, mediation, een vaststellingsovereenkomst of een ontbindingsverzoek via de kantonrechter juridisch verstandiger dan een onmiddellijk ontslag.

Duidelijke huisregels helpen

Deze zaak onderstreept ook het belang van duidelijke gedragsregels binnen het bedrijf. Leg vast wat je van medewerkers verwacht in de omgang met collega’s, leidinggevenden en klanten. Benoem dat agressie, bedreiging, discriminatie en grof taalgebruik niet worden geaccepteerd. Bespreek dit niet alleen bij indiensttreding, maar ook regelmatig tijdens werkoverleggen.

Daarmee voorkom je niet elke escalatie, maar je staat als ondernemer sterker wanneer je moet ingrijpen.

De les voor de praktijk

De uitkomst van deze zaak betekent niet dat een medewerker de werkgever zomaar mag uitschelden. Het betekent wel dat ontslag op staande voet alleen standhoudt als de feiten, de ernst van het gedrag en de gevolgde procedure dat dragen.

De belangrijkste les voor ondernemers is daarom: stel grenzen, leg vast wat er gebeurt en handel zorgvuldig. Begrip voor de emotie van de ondernemer is er vaak wel, maar uiteindelijk telt of het besluit juridisch overeind blijft. 


Bronnen: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, ECLI:NL:RBZWB:2026:4465; AD-poll bij artikel over ontslag na scheldpartij; Rijksoverheid over ontslag op staande voet.

 

 

Per 1 juli 2026 wordt in Nederland de vrachtwagenheffing ingevoerd. Vanaf die datum betalen eigenaren van vrachtwagens per gereden kilometer op vrijwel alle snelwegen en op een aantal provinciale en gemeentelijke wegen. De hoogte van de heffing hangt onder meer af van het gewicht en de milieuklasse van het voertuig.

ProFri voordeelpartner MSN Milieu Service Nederland

Voor veel leveranciers en dienstverleners betekent dit dat de transportkosten structureel stijgen. Dat geldt ook voor afvalinzamelaars en afvalverwerkers. Zij maken dagelijks gebruik van vrachtwagens voor het ophalen, vervoeren en verwerken van bedrijfsafval. Het is daarom niet verrassend dat deze kosten, geheel of gedeeltelijk, worden doorberekend aan klanten.

Ook Milieu Service Nederland, de afvalpartner van ProFri, ontkomt hier niet aan. Het bedrijf heeft klanten inmiddels geïnformeerd dat de tarieven vanaf 1 juli worden aangepast waar de vrachtwagenheffing daadwerkelijk invloed heeft op de kosten. Volgens Milieu Service Nederland gebeurt dat per dienst en afvalstroom. Diensten waarbij geen transport nodig is, zoals containerhuur, blijven daarbij ongewijzigd.

Mooi moment om je afvalkosten opnieuw te bekijken

Voor frituurbedrijven, cafetaria’s en snackbars zijn afvalkosten een terugkerende kostenpost. Denk aan restafval, papier en karton, PMD, glas, swill of gebruikte vetten en oliën. Juist omdat de kosten voor transport en verwerking verder onder druk staan, is het verstandig om periodiek te bekijken of het huidige afvalcontract nog goed past bij de praktijk van het bedrijf.

Zit je bij een andere afvalverwerker? Dan kan dit een goed moment zijn om via het secretariaat van ProFri vrijblijvend een offerte aan te vragen bij Milieu Service Nederland. Mogelijk kun je, ondanks de kostenstijgingen die in de markt worden doorberekend, toch besparen op je totale afvalverwerkingskosten.

Veel collega’s zijn je daarin al voorgegaan. Via de mantelafspraak met Milieu Service Nederland konden meerdere leden de afgelopen jaren hun afvalkosten laten beoordelen. Daarbij wordt gekeken naar de afvalstromen, het aantal ledigingen, de containergrootte en de mogelijkheden om afval beter te scheiden. Sinds kort werken we met regionale tarieven, waardoor sommige leden nog voordeliger uit zijn. 

Afval scheiden blijft belangrijk

De stijgende transportkosten maken ook duidelijk dat slim omgaan met afval steeds belangrijker wordt. Hoe beter afvalstromen worden gescheiden, hoe minder restafval er overblijft. Dat kan niet alleen bijdragen aan een duurzamere bedrijfsvoering, maar ook helpen om de kosten beheersbaar te houden.

ProFri adviseert leden daarom om hun afvalcontract niet automatisch te laten doorlopen, maar regelmatig te laten controleren of de afspraken nog aansluiten bij de omvang en werkwijze van het bedrijf.

Leden die hun afvalkosten willen laten bekijken of vrijblijvend een offerte willen aanvragen, kunnen contact opnemen met het secretariaat van ProFri.

 

Ik wil meer weten

 

LEES OOK: MSN stemt afvaltarieven voortaan af op de regio

 

Bij duurzaamheid wordt vaak als eerste gedacht aan energie, CO₂-uitstoot en verpakkingen. Dat zijn belangrijke onderwerpen, zeker voor een producent als Oliehoorn. Maar duurzaamheid gaat verder dan de eigen fabriek. Het gaat ook over verantwoordelijkheid nemen in de keten, samenwerken met partners en bijdragen aan een toekomstbestendige branche.

ProFri duurzame tankpark van partner Oliehoorn

Partner in beeld


Oliehoorn laat in het duurzaamheidsverslag over 2025 zien dat het bedrijf op meerdere fronten stappen zet. De fabriek in Zwaag wordt vernieuwd en moet vanaf de zomer van 2026 volledig gasloos draaien op warmtepompen en groene stroom. Daarmee werkt Oliehoorn aan wat het zelf omschrijft als de duurzaamste sausfabriek van Nederland.

Ook de klimaatdoelen van Oliehoorn zijn inmiddels officieel gevalideerd door het Science Based Targets initiative. Dat betekent dat de reductiedoelen wetenschappelijk zijn getoetst en aansluiten bij het 1,5°C-scenario van het klimaatakkoord van Parijs. Oliehoorn wil de uitstoot in scope 1 en 2 fors terugdringen en werkt daarnaast aan vermindering van de uitstoot in scope 3: de uitstoot die vooral ontstaat in de keten, onder meer bij grondstoffen, ingekochte goederen en transport.

Juist dat laatste maakt het duurzaamheidsverhaal relevant voor de foodservice en de frituurbranche. Want de grootste verduurzamingsopgave ligt vaak niet binnen de eigen bedrijfsmuren, maar in de samenwerking met leveranciers, afnemers en andere partners. Oliehoorn benoemt zelf dat het grootste deel van de CO₂-uitstoot in de keten zit. Daar ligt dus ook de ruimte om samen stap voor stap verbetering te realiseren.

Voor ProFri is dat een belangrijk uitgangspunt. Een sterke frituurbranche vraagt om betrokken ondernemers, maar ook om leveranciers en fabrikanten die verder kijken dan alleen hun eigen product. Oliehoorn is vanaf de oprichting partner van ProFri. Met hun jaarlijkse bijdrage dragen zij bij aan de doelstelling van de vereniging: het ondersteunen, versterken en professioneel positioneren van frituurondernemers in Nederland.

Daarnaast denkt Oliehoorn ook op andere manieren mee met ProFri. Dat past bij de manier waarop ProFri naar partnerschap kijkt. Een partner is niet alleen een leverancier of naam op een lijst, maar een bedrijf dat zich verbonden voelt met de branche en bereid is om samen vooruit te kijken.

De stappen die Oliehoorn zet op het gebied van duurzaamheid sluiten daarbij aan. Gasloos produceren, werken met groene stroom, wetenschappelijk onderbouwde klimaatdoelen en aandacht voor de keten zijn geen losse maatregelen, maar onderdelen van een bredere beweging. Voor frituurondernemers is dat relevant, omdat ook zij steeds vaker vragen krijgen over herkomst, verantwoordelijkheid en toekomstbestendig ondernemen.

Duurzaamheid begint niet pas bij het eindproduct. Het begint bij keuzes in de hele keten. Juist daarom is het waardevol dat partners van ProFri laten zien hoe zij daar invulling aan geven.

Foto: Duurzame tankpark van partner Oliehoorn

 

Duurzaamheidsverslag van ProFri partner Oliehoorn

 Klik op afbeelding om
het duurzaamheidsverslag te lezen

 

 

 

Per 1 juli 2026 gaat het wettelijk minimumloon omhoog met 1,90%. Het minimumuurloon stijgt daarmee van € 14,71 naar € 14,99 per uur. Controleer de lonen in functiegroepen I t/m IV.

Door deze aanpassing moeten ook enkele basislonen in de loontabel worden aangepast. Dit geldt vooral voor de functiegroepen I t/m IV, omdat deze lonen anders onder het nieuwe wettelijk minimumloon zouden komen. De periodieken en eindlonen blijven verder gelijk aan de loontabel van januari 2026, met uitzondering van functiegroep I+II.

 

Wettelijk minimum loon WML stijgt

 

Wat betekent dit voor vakkrachten in functiegroep I+II?

Voor vakkrachten in functiegroep I+II geldt dat het feitelijke loon per 1 juli 2026 met 1,9% wordt verhoogd. Dit geldt voor alle medewerkers in deze functiegroep, ook wanneer zij al op of boven het eindloon verdienen.

Voorwaarde is wel dat de medewerker ten minste één jaar in dienst is. Werknemers die korter dan één jaar in dienst zijn, hebben geen automatisch recht op deze verhoging van 1,9%. Zij moeten uiteraard wel minimaal het nieuwe wettelijk minimumloon ontvangen.

Functiegroep III en IV: controleer het huidige loon

Voor vakkrachten in functiegroep III en IV geldt een andere werkwijze. Vergelijk het huidige loon van de medewerker met het nieuwe wettelijk minimumloon of, bij jongere medewerkers, het wettelijk minimumjeugdloon.

Verdient de medewerker minder dan het nieuwe minimumloon volgens de loontabel van juli 2026? Dan moet het loon worden verhoogd tot minimaal dat niveau. Verdient de medewerker al minimaal het nieuwe WML? Dan is er geen verdere aanpassing nodig.

Niet-vakkrachten en BBL-studenten

Ook voor medewerkers die onder het wettelijk minimumloon vallen, zoals niet-vakkrachten en BBL-studenten, is controle noodzakelijk. Kijk of zij vanaf 1 juli 2026 minimaal het nieuwe WML ontvangen. Voor medewerkers van 20 jaar of jonger geldt het daarvan afgeleide minimumjeugdloon.

Wanneer het huidige loon lager ligt dan het nieuwe minimumloon of minimumjeugdloon, moet het loon worden aangepast.

Functiegroep V en hoger

Voor vakkrachten in functiegroep V of hoger geldt dat zij per 1 juli 2026 geen recht hebben op een loonsverhoging op basis van deze WML-aanpassing.

Bekijk hier de nieuwe loontabel per 1 juli 2026

Heb je vragen over de juiste toepassing van de loontabel binnen jouw bedrijf? Neem dan in eerste instantie contact op met je accountant of boekhouder. Zij kunnen beoordelen wat de aanpassing concreet betekent voor jouw medewerkers en loonadministratie.

Werk je met een payrollbedrijf, zoals Fooks of Connexie? Dan zullen zij deze aanpassing normaal gesproken voor je verwerken in de loonadministratie.

Kom je er daarna niet uit, of heb je een algemene vraag over de cao of loontabel? Dan kun je uiteraard contact opnemen met het secretariaat van ProFri.

 

Sven Flapper is bijna 100 dagen directeur van vakvereniging ProFri. Een kleine knipoog naar de politiek: ook bij een nieuwe minister-president wordt na honderd dagen een eerste balans opgemaakt. Voor ProFri is het vooral een mooi moment om Sven verder voor te stellen aan haar achterban.

Sven Flapper directeur ProFri DB

Sinds maart is Sven directeur van ProFri. Daarmee is hij ingestapt op een belangrijk moment. De vereniging bestaat inmiddels veertien jaar, heeft zich ontwikkeld tot herkenbare belangenbehartiger van de professionele frituurbranche en staat, mede door de strategische samenwerking met VHC, aan het begin van een nieuwe groeifase.

Over die samenwerking volgt de komende weken meer informatie. Duidelijk is al wel dat deze basis ProFri helpt om meer frituurondernemers te bereiken, de vereniging verder uit te bouwen en de brancheorganisatie steviger te positioneren.

Voor Sven is groei geen doel op zich. Het gaat er vooral om dat ProFri meer slagkracht krijgt richting overheid, media, leveranciers en andere stakeholders. Ook ontstaat er meer ruimte om leden praktisch te ondersteunen, partners beter te verbinden en de positie van de frituurbranche duidelijker uit te dragen.

“De kracht van een vakvereniging is snel schakelen, praktisch handelen en ondernemers ondersteunen wanneer het erop aankomt”, zegt Sven. “Dat heeft ProFri de afgelopen jaren laten zien. Tijdens corona en de energiecrisis, en in actuele dossiers rond verpakkingen en regelgeving. Nu is het zaak om die basis verder uit te bouwen.”

Brede ervaring in food en horeca

Sven brengt een brede achtergrond mee in food, horeca, fastfood, retail en verenigingsmanagement. Hij werkte onder meer bij McDonald’s Nederland en Burger King, maar ook bij Kwantum, Ako en het Echte Bakkersgilde.

Bij McDonald’s was hij restaurantmanager, opende hij vestigingen en had hij als supervisor meerdere restaurants onder zijn hoede. Ook fungeerde hij als schakel tussen franchisenemers en het Nederlandse hoofdkantoor.

“Toen ik bij McDonald’s begon, waren er nog geen honderd restaurants in Nederland. Toen ik vertrok, waren dat er tweehonderd. Het was een zeer dynamische omgeving. En ja, ik heb ketchup in mijn bloed.”

Zijn loopbaan begon overigens niet in fastfood, maar in de gastronomie. Sven werkte bij sterrenrestaurant Vreugd en Rust in Voorburg van topchef Henk Savelberg.

“Food is altijd mijn passie geweest, in de volle breedte. Mijn interesse ligt net zo goed bij De Librije als bij een bakkerij, cafetaria of snackbar. Elke ondernemer in food en horeca is vakman in zijn eigen discipline.”

Niet alleen reageren, maar ook vooruitkijken

Een belangrijke opdracht ligt volgens Flapper in de beeldvorming rond de sector. ProFri reageert al jaren op discussies waarin snackbars en cafetaria’s te gemakkelijk worden gebruikt als symbool in debatten over gezondheid, leefstijl of regelgeving.

“Natuurlijk moet je dan een tegengeluid laten horen. Maar je wilt als branche niet voortdurend vanuit de verdediging opereren. Centraal staat het vakmanschap. Ondernemers moeten vierkant staan achter wat ze verkopen.”

Volgens Sven is positieve beeldvorming niet alleen een kwestie van trots, maar ook van economische waarde. Een sector die eerlijker en positiever wordt neergezet, helpt individuele ondernemers in hun commerciële positie.

Groeien om meer te kunnen betekenen

ProFri wil de komende jaren nadrukkelijk groeien. De basis daarvoor is mede gelegd door zijn voorganger Frans van Rooij, die als adviseur aan ProFri verbonden blijft. Sven wordt in deze eerste periode door hem wegwijs gemaakt in de vereniging, de dossiers, het netwerk en de branche.

“Dat is waardevol”, zegt Flapper. “Frans heeft samen met bestuur, leden en partners in veertien jaar veel opgebouwd. Dan is het belangrijk dat kennis, relaties en ervaring goed worden overgedragen. Tegelijk ligt er nu een duidelijke opdracht om door te bouwen.”

Voor Sven is groei vooral nodig om meer invloed en meer ondersteuning te organiseren.

“Hoe groter de achterban, hoe beter beleidsmakers en media luisteren. Daarnaast kun je met een grotere ledenbasis betere afspraken maken met partners en meer ondersteuning bieden aan leden.”

Die praktische ondersteuning blijft een belangrijk kenmerk van ProFri. De vereniging richt zich op collectieve belangen, vaste kosten en facilitaire zaken zoals energie, afval, verzekeringen, payroll, muziek- en beeldlicenties en pintransacties. Daarnaast zijn er instrumenten als het leerplatform Werken aan kennis en vakmanschap, het keurmerk Goed Gefrituurd en het kwaliteitszegel Met Goud Bekroond.

“Vakmanschap moet je zichtbaar maken”, zegt Sven. “Niet alleen voor jezelf, maar ook richting medewerkers, klanten en omgeving.”

Leden ontmoeten tijdens de ALV

De eerste maanden stonden voor Sven vooral in het teken van kennismaken: met leden, partners, dossiers en de praktijk achter de vereniging. Tijdens de Algemene Ledenvergadering op maandag 14 september krijgen leden de gelegenheid om ook persoonlijk met hem kennis te maken. Want hoe graag hij dat ook zou willen: het lukt natuurlijk niet om alle leden afzonderlijk te bezoeken.

Juist daarom is de ALV een belangrijk moment. Voor Sven is persoonlijk contact geen bijzaak. In het voorwoord van de ledenwervingsbrochure schrijft hij dat de toekomst van de frituursector steunt op de kracht van relaties tussen alle belanghebbenden. Die gedachte wil hij als directeur in de praktijk brengen: door zichtbaar te zijn, goed te luisteren en de verbinding tussen leden, bestuur, partners en organisatie verder te verdiepen.

“ProFri is een vereniging. De kracht zit in het netwerk van ondernemers, partners, bestuursleden en mensen die zich voor de sector inzetten. Mijn opdracht is om die verbinding verder te verdiepen.”

De richting is duidelijk: ProFri moet groeien, zichtbaarder worden en ondernemers nog directer ondersteunen.

“De basis staat. Nu moeten we doorpakken. Samen bouwen we aan een vereniging die ondernemers helpt vandaag beter te ondernemen én morgen toekomstbestendig te blijven.”

 

Onze officiële partners