Achtergrond
Frites Atelier bestaat tien jaar en markeert dat met porseleinen frietbakjes en champagne. Achter die luxe presentatie gaat echter een formule schuil die haar koers verschillende keren heeft moeten aanpassen. De oorspronkelijke Nederlandse vestigingen verdwenen, de internationale uitrol bleef tot nu toe beperkt en ook de Frites Atelier-friet voor andere restaurants beleefde nog geen brede doorbraak.

Porselein voor gasten die blijven eten
Gasten die bij Frites Atelier in Antwerpen, Gent of Brussel ter plaatse eten, krijgen hun friet voortaan in een speciaal ontworpen porseleinen bakje. Wie zijn bestelling meeneemt, ontvangt deze nog steeds in het bekende blauwe papieren bakje.
Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan staat ook ‘Sergio’s Perfect Serve’ op het menu. Voor 15 euro krijgt de gast friet, twee sauzen naar keuze en een glas Piollot Père & Fils Brut – Cuvée Exclusive pour Sergio Herman.
Volgens Frites Atelier moet het nieuwe servies de presentatie verder verfijnen en tegelijkertijd het gebruik van wegwerpmateriaal verminderen. Het porselein wordt gecombineerd met een vork en dienblad in de herkenbare huisstijl van de formule.
Een herbruikbaar bakje voor gasten die blijven eten is op zichzelf niet vernieuwend. Dat gebeurt in restaurants en veel cafetaria’s al jaren. De nieuwswaarde zit vooral in de zorgvuldig vormgegeven presentatie waarmee Frites Atelier zijn positie in het hoogste segment van de frietmarkt verder aanscherpt.
Herbruikbaar is in Nederland al de norm
De overstap naar porselein sluit bovendien aan bij de regelgeving rond wegwerpverpakkingen. In Nederland zijn plastic bevattende wegwerpbekers en -bakjes sinds 1 januari 2024 in beginsel verboden bij consumptie ter plaatse. Herbruikbaar is de norm. Alleen onder voorwaarden, zoals gescheiden inzameling voor hoogwaardige recycling, kan een uitzondering gelden.
Voor Nederlandse cafetaria’s, snackbars en restaurants is herbruikbaar servies bij consumptie in de zaak dus niet alleen een keuze voor uitstraling of duurzaamheid. Het is ook de meest praktische manier om aan de regels te voldoen.
De introductie van Frites Atelier geldt echter uitsluitend voor de drie Belgische Ateliers. België kent niet precies dezelfde algemene verplichting voor plastic bevattende voedselverpakkingen bij consumptie in de horeca. In Vlaanderen richten bestaande verplichtingen zich onder meer op evenementen en overheden. De porseleinen bakjes zijn voor Frites Atelier daarom niet aantoonbaar een wettelijk verplichte stap, maar passen wel in de bredere Europese en Vlaamse beweging van wegwerp naar hergebruik.
De franchisevestigingen in Londen en Roosendaal vallen vooralsnog buiten de introductie. Dat kan niet alleen met zitplaatsen te maken hebben. De vestiging in Designer Outlet Roosendaal werd ontworpen met ruimte voor 85 gasten.
Vijf permanente vestigingen na tien jaar
Frites Atelier heeft momenteel vijf permanente vestigingen: Antwerpen, Gent, Brussel, Roosendaal en Londen. De drie Belgische Ateliers worden rechtstreeks geëxploiteerd. Roosendaal en Londen zijn franchisevestigingen.
Vijf permanente vestigingen na tien jaar is geen onverdeeld groeisucces, zeker niet afgezet tegen de ambities die door de jaren heen zijn uitgesproken. In 2024 meldde de formule nog in 2030 in alle Europese hoofdsteden vertegenwoordigd te willen zijn. Investeerder en mede-eigenaar Laurent Hompes werd daarbij omschreven als de drijvende kracht achter de internationale expansie.
De praktijk bleek tot nu toe aanzienlijk weerbarstiger.
De eerste Nederlandse vestiging hield geen stand
Het eerste Frites Atelier opende in juni 2016 aan de Venestraat in Den Haag. Kort daarna volgden vestigingen in Utrecht en Arnhem. Het waren kleine locaties met weinig tot geen zitplaatsen, vooral gericht op inloop en meenemen.
In 2017 volgde Antwerpen. Daarna werden in Gent en Brussel veel grotere zaken geopend, met meer zitplaatsen en een uitgebreider assortiment. Daar konden gasten niet alleen terecht voor friet en sauzen, maar ook voor kroketten, burgers, bier en wijn.
Met die Belgische vestigingen veranderde ook de koers van de formule. Frites Atelier wilde niet langer alleen een luxe inloopfrituur zijn, maar een volwaardig fast-casualrestaurant met een bredere totaalbeleving.
Utrecht sloot in 2019. Frites Atelier verklaarde destijds dat de grotere Belgische vestigingen een gezondere businesscase opleverden. In Utrecht zou worden gezocht naar een groter pand met minimaal vijftig zitplaatsen en een terras. Die vervangende vestiging kwam er niet.
Arnhem sloot in 2020. De kleine zaak kon tijdens corona niet binnen de anderhalvemeterregels worden geëxploiteerd. Ook daar werd gesproken over een nieuwe en grotere locatie, maar die is nooit gerealiseerd.
In 2024 ging ten slotte het eerste Atelier in Den Haag dicht. Daarmee verdwenen alle drie de permanente vestigingen waarmee Frites Atelier in Nederland was begonnen.
Dat betekent niet dat iedere sluiting uitsluitend het gevolg was van tegenvallende verkopen. Het laat wel zien dat het oorspronkelijke Nederlandse vestigingsmodel onvoldoende houdbaar of reproduceerbaar bleek.
België is de meest logische thuisbasis
Het bestaansrecht van de drie Belgische Ateliers is beter te begrijpen. Friet maakt er nog nadrukkelijker deel uit van de eetcultuur. Bovendien gaan Belgen gemakkelijker ‘op restaurant’ voor een uitgebreid eetmoment. De grotere Ateliers combineren friet met toppings, kroketten, burgers, bier, wijn en bediening in een omgeving waarin gasten langer blijven.
De vestigingen liggen bovendien in drukbezochte stadscentra met veel toeristen en dagjesmensen. Dat past beter bij een premiumconcept dat niet alleen friet, maar ook uitstraling en beleving verkoopt.
Daar komt de naam en faam van Sergio Herman bij. Zeker in België en Antwerpen heeft hij een groot culinair aanzien. Zijn naam, signatuur en voortdurende betrokkenheid geven het concept aantrekkingskracht en maken een hoger prijsniveau beter verdedigbaar.
Frites Atelier stelt zelf dat de Belgische Ateliers het hart van de organisatie vormen en op volle capaciteit draaien. De openbare jaarrekeningen over 2025 laten niettemin een gemengd financieel beeld zien.
Antwerpen boekte een winst van ruim 107.000 euro en Gent iets meer dan 10.000 euro. Brussel leed een verlies van ruim 233.000 euro. Bij alle drie de afzonderlijke vennootschappen was het eigen vermogen eind 2025 nog negatief.
De jaarrekeningen van Antwerpen, Gent en Brussel vertellen niet het volledige financiële verhaal van de groep. Binnen een groep kunnen bijvoorbeeld kosten, investeringen en onderlinge vergoedingen over verschillende vennootschappen worden verdeeld. De cijfers maken wel duidelijk dat ook de Belgische kern nog geen financieel onbezorgde succesformule vormt.
Geduldig kapitaal gaf de formule tijd
Het voortbestaan van Frites Atelier kan niet los worden gezien van Laurent Hompes. De medeoprichter en voormalig eigenaar van Scotch & Soda is vanaf het begin de kapitaalkrachtige kracht achter de formule.
In 2018 werd gemeld dat Hompes op dat moment al 7,5 miljoen euro in het concept had gestoken. Iedere nieuwe vestiging vergde destijds volgens dezelfde berichtgeving een investering van ongeveer 425.000 euro.
Die financiële rugdekking gaf Frites Atelier de mogelijkheid om locaties te sluiten, het concept aan te passen, nieuwe producten te ontwikkelen en vervolgens opnieuw voor een andere groeistrategie te kiezen. Zonder dergelijk geduldig kapitaal krijgen maar weinig jonge horecaconcepten tien jaar de tijd om hun werkende model te vinden.
Sinds 2024 wordt vooral ingezet op franchise, groothandel en samenwerking met andere hospitalitybedrijven. Eind 2025 werd de internationale Giraudi Group aangesteld als masterfranchisenemer. Daarmee hoeft Frites Atelier niet langer iedere internationale vestiging zelf te financieren.
Ook restaurantfriet nog geen brede doorbraak
De uitbreiding van Frites Atelier beperkte zich niet tot eigen vestigingen. In november 2022 introduceerde frietproducent Lamb Weston de Frites Atelier-Frites voor restaurants.
Het diepgevroren product werd na enkele jaren ontwikkeling gepresenteerd als een premium alternatief voor verse friet. Restaurants zouden daarmee dezelfde frietkwaliteit kunnen serveren als Frites Atelier, zonder zelf het volledige bereidingsproces met verse aardappelen te hoeven uitvoeren.
De friet wordt gemaakt van Agria-aardappelen met schil en heeft een onregelmatige snit van 13 millimeter. Bij de introductie richtten Lamb Weston en Frites Atelier zich nadrukkelijk op chefs en restaurants die aan friet dezelfde kwaliteitseisen stellen als aan hun vlees-, vis- en groentegerechten.
Het product is nog steeds verkrijgbaar, onder meer bij Sligro en HANOS. Van een brede, zichtbare doorbraak in de Nederlandse restaurantmarkt is bijna vier jaar na de introductie echter geen sprake.
Openbare verkoopcijfers zijn niet beschikbaar. Bovendien vermelden restaurants het merk van hun friet niet altijd op de menukaart. Daardoor kan niet exact worden vastgesteld hoeveel zaken het product daadwerkelijk gebruiken.
Wel is duidelijk dat de naam Sergio Herman en het merk Frites Atelier nog niet hebben geleid tot een herkenbare nieuwe standaard voor premium friet in restaurants. De introductie heeft in Nederland in elk geval niet de zichtbaarheid gekregen die bij de oorspronkelijke ambities mocht worden verwacht.
Lamb Weston heeft het concept niet opgegeven. In mei 2026 werd de Frites Atelier-friet ook in het Verenigd Koninkrijk geïntroduceerd, gericht op gastropubs, brasserieën, steakrestaurants en luxe hotels. Ook daar moet nog blijken of het product buiten de eigen Ateliers voldoende onderscheid en commerciële trekkracht heeft.
De groothandelsfriet vormt daarmee, net als franchise en pop-ups, opnieuw een groeirichting waarvan het uiteindelijke succes nog moet worden bewezen.
Amsterdam stond vooral in het logo
Opvallend blijft de naam Amsterdam in het logo en in de oorspronkelijke formulenaam Frites Atelier Amsterdam. Een grote flagshipvestiging in de hoofdstad werd vanaf het begin aangekondigd, maar nooit gerealiseerd.
Amsterdam fungeerde vooral als vestigingsplaats van de onderneming, onderdeel van de merkidentiteit en symbool van de internationale uitstraling. De eerste winkel stond niet in Amsterdam, maar in Den Haag.
Pas in mei 2026 verscheen Frites Atelier voor het eerst daadwerkelijk in de hoofdstad. Bij Café Jopie aan de Johan Cruijff Boulevard opende een tijdelijke pop-up, gekoppeld aan de concerten van Harry Styles in de Johan Cruijff ArenA.
Van een permanent Frites Atelier in Amsterdam is na tien jaar nog altijd geen sprake.
Londen en Sydney moeten internationale ambities bewijzen
In december 2025 opende in Soho in Londen de eerste permanente vestiging buiten de Benelux. Dat gebeurde via franchise en onder begeleiding van de nieuwe internationale masterfranchisenemer.
Op 18 augustus 2026 volgde een tijdelijke pop-up in Darling Square in Sydney. Daarmee wordt Frites Atelier voor het eerst in Australië gepresenteerd.
Zo’n pop-up kan veel publiciteit opleveren en is een relatief veilige manier om belangstelling in een nieuwe markt te testen. Het is echter nog geen permanente vestiging en evenmin bewijs dat het concept daar duurzaam kan worden geëxploiteerd.
De stap naar Sydney past wel bij de nieuwe strategie: eerst het merk presenteren en de markt verkennen, vervolgens zoeken naar lokale partners die de investering en exploitatie voor hun rekening willen nemen.
Een sterke niche, nog geen bewezen wereldformule
Porselein en champagne passen uitstekend bij de premium niche die Frites Atelier heeft gekozen. De Belgische frietcultuur, de grotere restaurantachtige vestigingen en de naam Sergio Herman vormen daarvoor een geloofwaardige basis.
Maar het tienjarig bestaan is geen verhaal van ononderbroken groei. Het is eerder het verhaal van een sterk en kapitaalintensief merk dat meerdere keren van koers kon veranderen. De oorspronkelijke Nederlandse uitrol hield geen stand, de restaurantfriet heeft nog geen brede doorbraak beleefd en de internationale expansie moet zich grotendeels nog bewijzen.
Dat Frites Atelier laat zien dat friet ook als culinair luxeproduct kan worden gepresenteerd, staat buiten kijf. De beslissende vraag is of die beleving op veel meer plaatsen winstgevend kan worden herhaald, zonder dat daarvoor telkens opnieuw veel geld en geduld nodig zijn.
Zelfs met een beroemde chef en een kapitaalkrachtige investeerder achter je, komt succes niet vanzelf. Ook voor Sergio Herman blijft het hard bikkelen.
