Regels worden vaak met goede bedoelingen bedacht, maar kunnen in de dagelijkse praktijk heel anders uitpakken. Dat was een van de centrale boodschappen van Erik Ziengs, voorzitter van ONL voor Ondernemers, tijdens de jaarvergadering van ProFri. Uit de vragen en reacties uit de zaal bleek hoe groot het verschil soms is tussen beleid op papier en de gevolgen daarvan voor ondernemers.

ProFri Erik Ziengs ONL CSF260131 141

ONL voorzitter Erik Ziengs tijdens Algemene Ledenvergadering ProFri (fotograaf Cor Salverius)

Ziengs nam de aanwezige leden en partners mee in de politieke werkelijkheid van Den Haag en in de manier waarop ondernemers via belangenorganisaties invloed kunnen uitoefenen. ProFri werkt daarvoor samen met ONL, dat het geluid van ondernemers rechtstreeks onder de aandacht brengt van politiek en beleidsmakers.

Concrete voorbeelden zijn nodig

Een belangrijk onderwerp was de toenemende regeldruk. Ondernemers krijgen niet alleen met steeds meer regels te maken, maar vooral met de stapeling ervan. Iedere afzonderlijke maatregel kan misschien worden uitgelegd, maar gezamenlijk kosten ze ondernemers steeds meer tijd, geld en administratieve capaciteit.

Vooral voor kleinere bedrijven is dat een probleem. Zij hebben geen aparte afdeling voor personeelszaken, duurzaamheid of wet- en regelgeving. De ondernemer moet het er allemaal zelf bij doen.

Volgens Ziengs is alleen zeggen dat regels lastig zijn niet voldoende. Om politiek en beleid daadwerkelijk in beweging te krijgen, zijn concrete voorbeelden nodig. Wat betekent een nieuwe verplichting voor een bedrijf? Wat kost die? Waar loopt een ondernemer tegenaan? En kan hetzelfde beleidsdoel ook eenvoudiger worden bereikt?

De interactie met de zaal leverde daar direct voorbeelden van op. Daarbij werd duidelijk dat ondernemers niet alleen tegen landelijke regelgeving aanlopen, maar ook tegen verschillen tussen gemeenten en uitvoerende instanties.

Fastfood en lokaal beleid

Ook de discussie over de vestiging van fastfoodbedrijven kwam aan bod. Steeds meer gemeenten kijken vanuit gezondheidsoverwegingen naar mogelijkheden om de komst van nieuwe fastfoodlocaties te beperken.

Ziengs verwees daarbij ook naar het manifest waarmee ProFri eerder aandacht vroeg voor de positie van de frituurbranche in de discussie over fastfood en gezondheid. Daarin pleitte ProFri ervoor om niet zonder onderbouwing een rechtstreeks verband te leggen tussen de aanwezigheid van snackbars en overgewicht en om gezondheidsbeleid breder te bekijken dan alleen één verkoopkanaal.

Die discussie is nog altijd actueel. Een zelfstandig cafetaria of frituurbedrijf kan door lokaal beleid worden geraakt, terwijl vergelijkbare producten op veel andere plaatsen gewoon verkrijgbaar blijven. Voor ProFri is daarom van belang dat maatregelen aantoonbaar effectief, evenwichtig en uitvoerbaar zijn.

Ziengs benadrukte het belang om zulke ontwikkelingen vroeg te signaleren. Wanneer een lokaal besluit eenmaal is genomen, wordt beïnvloeding veel moeilijker. Ondernemers die in hun gemeente met dergelijke plannen te maken krijgen, doen er daarom goed aan dit bij ProFri te melden.

Samen sterker

Een relatief kleine brancheorganisatie kan volgens Ziengs wel degelijk invloed uitoefenen. Niet alleen aantallen bepalen of er in Den Haag wordt geluisterd. Een goed onderbouwd verhaal, herkenbare voorbeelden uit de praktijk en werkbare alternatieven zijn minstens zo belangrijk.

Daar ligt ook de waarde van samenwerking. Een individuele ondernemer heeft doorgaans niet de tijd, kennis en contacten om alle politieke dossiers te volgen. ProFri kan signalen vanuit de frituurbranche verzamelen en bundelen. Via ONL kunnen deze vervolgens onderdeel worden van een breder ondernemersgeluid richting Den Haag.

De boodschap aan de aanwezige ondernemers was daarmee duidelijk: blijf vooral melden waar je in de praktijk tegenaan loopt. Want belangenbehartiging begint niet in Den Haag, maar bij wat er iedere dag gebeurt in de bedrijven van ondernemers.

 

Onze officiële partners