Frietfabrikanten blijven dit jaar langer aardappelen van de oude oogst verwerken. Volgens vakplatform Boerderij is er nog voldoende voorraad beschikbaar en is de kwaliteit van aardappelen uit de mechanische koeling goed genoeg om er friet van te maken. Voor frituurondernemers hoeft die verlate omschakeling bepaald geen nadeel te zijn.

De eerste frietaardappelen van de nieuwe oogst worden vaak gezien als de start van een nieuw seizoen. In de praktijk zijn jonge aardappelen echter niet altijd direct de beste grondstof voor een mooie portie friet. Ze zijn doorgaans nog minder vol van smaak en hebben vaak nog niet het gewenste formaat bereikt.
Meer kleine en korte frietjes
Doordat de vroege aardappelen kleiner zijn, leveren ze bij het snijden gemiddeld meer kleine en korte frietjes op. Juist daarover kunnen klanten kritisch zijn. Een portie met veel kleine stukjes oogt minder aantrekkelijk en leidt vaak tot klachten.
Daarnaast kunnen jonge aardappelen in smaak, structuur en bakkwaliteit nog wisselvallig zijn. De overgang naar de nieuwe oogst vraagt daarom altijd aandacht van aardappelhandelaren, fabrikanten en frituurondernemers. De nieuwe aardappelen moeten voldoende zijn afgerijpt voordat zij dezelfde constante kwaliteit kunnen leveren als goed bewaarde aardappelen van de oude oogst.
Oude oogst nog goed bruikbaar
Volgens Boerderij beschikken de grote frietfabrikanten voorlopig nog over gecontracteerde aardappelen van de oude oogst. Indien nodig kunnen zij bovendien tegen zeer lage prijzen vrije aardappelen bijkopen. De kwaliteit van aardappelen die mechanisch gekoeld zijn opgeslagen, is nog voldoende voor de productie van friet.
Verschillende fabrikanten zouden de start van de verwerking van de nieuwe oogst daarom hebben verschoven van week 30 naar week 32 of later. Hierdoor zal de omschakeling naar vroege frietaardappelen niet bij iedere leverancier en frituurzaak op hetzelfde moment merkbaar zijn.
Opvallende marktsituatie
De beperkte vraag naar aardappelen van de nieuwe oogst is opvallend. Het areaal frietaardappelen in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk is dit jaar volgens Boerderij ongeveer 11 procent kleiner. Vooral het areaal vroege frietaardappelen is fors afgenomen.
Ook droogte en hitte spelen de teelt parten. Onder normale omstandigheden zouden een kleiner areaal en ongunstige groeiomstandigheden tot een krapper aanbod en hogere prijzen kunnen leiden. Vooralsnog gebeurt dat niet. De grote voorraad van de oude oogst en de matige afzet van friet houden de markt onder druk.
De prijzen voor vrije frietaardappelen bevinden zich daardoor op een zeer laag niveau. Belgapom spreekt zelfs van een historisch dieptepunt voor het afgelopen seizoen. Het marktsentiment blijft volgens Boerderij negatief.
Later overschakelen kan kwaliteit ten goede komen
Voor frituurondernemers is vooral de kwaliteit van de uiteindelijke friet van belang. Zolang aardappelen van de oude oogst nog goed van smaak en goed verwerkbaar zijn, kan langer doorwerken met deze aardappelen juist zorgen voor een constantere kwaliteit.
Een latere omschakeling geeft de nieuwe oogst bovendien meer tijd om uit te groeien en af te rijpen. Dat kan uiteindelijk grotere aardappelen, langere frietjes en een vollere smaak opleveren. De komst van de nieuwe oogst is dus niet automatisch een verbetering. Soms is iets langer wachten voor zowel ondernemer als klant de beste keuze.
*Foto: Aardappelsnijtafel bij Frituur Van Gogh in Amersfoort (ProFri)
