);
De nieuwe directeur van ProFri, Sven Flapper, heeft op maandag 23 maart een bijeenkomst van ONL voor Ondernemers bijgewoond. ProFri is aangesloten bij ONL, dat zich inzet voor de belangen van mkb-ondernemers en brancheverenigingen in Den Haag. Voor ProFri is die samenwerking van groot belang, omdat ONL helpt om ondernemersknelpunten onder de aandacht te brengen van politiek en bestuur.

Foto: ProFri-directeur Sven Flapper (l) en ONL-voorzitter Erik Ziengs
Kijk achter de schermen van de lobby
De bijeenkomst begon met een sessie onder leiding van ONL-voorzitter Erik Ziengs. Hij gaf de aanwezigen een inkijkje in de wereld van de lobby en liet zien hoe belangenbehartiging in Den Haag in de praktijk werkt. Daarbij ging het onder meer over de manier waarop keuzes worden gemaakt, hoe dossiers op de politieke agenda komen en wat ervoor nodig is om ondernemersbelangen goed onder de aandacht te brengen.
Ook Tweede Kamerlid Thom van Campen was als gastspreker aanwezig. Hij vertelde over zijn werk in de Tweede Kamer en gaf toelichting op de politieke praktijk achter de schermen.
Ondernemerschap en actuele dossiers
In het plenaire deel van de bijeenkomst werd eerst gesproken met Derek Roos, oprichter van Mendix. Hij deelde zijn ervaringen als ondernemer en vertelde tegen welke uitdagingen je in de praktijk kunt aanlopen.
Daarna volgde een paneldebat onder leiding van journalist en politiek verslaggever Karel Ornstein. Aan het debat namen Jan Schoonis (D66), Renate den Hollander (VVD), Henk Vermeer (BBB) en Erik Ziengs deel. Onderwerpen die aan bod kwamen waren onder meer arbeidsmigratie, de energiecrisis in relatie tot Groningen en de gevolgen daarvan voor ondernemers.
Belang van goede vertegenwoordiging
Voor ProFri was het een waardevolle bijeenkomst. Tijdens de dag kwam de rol van brancheverenigingen meerdere keren nadrukkelijk naar voren. Ook ProFri werd genoemd als vertegenwoordiger van cafetaria’s, snackbars en andere professionele frituurondernemers.
De bijeenkomst onderstreepte opnieuw hoe belangrijk het is dat de frituurbranche goed vertegenwoordigd is in Den Haag. Via de samenwerking met ONL blijft ProFri zich inzetten om branchespecifieke knelpunten op de juiste plek onder de aandacht te brengen.
Bedrijven die met levensmiddelen werken, zijn verplicht zich te registreren bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Sinds 10 maart 2026 verloopt die registratie via MijnNVWA. Voor ondernemers in de frituurbranche betekent dit opnieuw een extra administratieve verplichting, boven op de vele regels en controles waar zij al mee te maken hebben. De NVWA stelt dat zij met deze registratie voedselbedrijven sneller in beeld heeft bij risico’s voor de voedselveiligheid.

Foto website NVWA: Registratieplicht
De registratieplicht is niet nieuw in juridische zin. Zij vloeit voort uit Europese hygiëneregels voor levensmiddelenbedrijven. De NVWA koppelt daar nu opnieuw nadrukkelijk aandacht aan en controleert tijdens inspecties of bedrijven aan de voorwaarden van registratie voldoen. Wie zich niet registreert, kan een waarschuwing of boete krijgen.
Voedselveiligheid staat niet ter discussie
ProFri is kritisch over deze gang van zaken. Niet omdat voedselveiligheid onbelangrijk zou zijn, integendeel. Juist in de frituurbranche moet dat vanzelfsprekend goed geregeld zijn. Maar opnieuw ontstaat hier een situatie waarin de overheid een bestaande verplichting actiever onder de aandacht brengt en de praktische uitwerking vooral neerlegt bij ondernemers.
Het risico van weer een papieren plicht
Het risico is groot dat deze verplichte registratie hetzelfde pad op gaat als de RI&E: formeel verplicht, maar in de praktijk opnieuw een dossier dat bij veel kleine mkb-ondernemers onder op de stapel belandt. De ervaring met de RI&E laat zien dat naleving bij kleine bedrijven wel is verbeterd, maar nog altijd duidelijk achterblijft. Volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie heeft 56 procent van de bedrijven met 1 tot en met 4 werknemers een actuele RI&E; bij bedrijven met 5 tot en met 9 werknemers is dat 68 procent.
Regeldruk blijft zich opstapelen
Daarmee groeit de administratieve last opnieuw, terwijl het kabinet juist heeft aangekondigd regeldruk te willen verminderen. Op 15 december 2025 meldde het kabinet dat de eerste 218 regels voor ondernemers zouden worden geschrapt of vereenvoudigd, als tussenstap naar in totaal 500 maatregelen vóór de zomer van 2026.
Dossier voor twee ministeries
Voor ProFri is dit daarom niet alleen een dossier van VWS en de NVWA, maar ook van Economische Zaken en Klimaat. Sinds 23 februari 2026 is Heleen Herbert minister van Economische Zaken en Klimaat. Sophie Hermans is sinds diezelfde datum minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. ProFri wil deze kwestie daarom onder de aandacht brengen van beide ministeries: bij VWS vanwege de uitvoering en handhaving, en bij EZK vanwege de stapeling van regels voor ondernemers.
Column | Frans van Rooij
Vlak voor het weekend belde een redacteur van Nieuwsuur mij met de vraag of ik een horecaondernemer wist die door de stijgende energiekosten in paniek was geraakt. Mijn antwoord was eerlijk: nee, die paniek zie ik nu niet.
Dat antwoord verraste blijkbaar. Misschien omdat er vaak pas echt aandacht ontstaat als de vlam in de pan slaat. Als ondernemers zichtbaar omvallen, rekeningen ontsporen of een crisis zich makkelijk laat samenvatten in onrust en harde cijfers. Maar zo werkt het in de praktijk van veel ondernemers niet altijd. Niet elke crisis begint met paniek. Sommige beginnen met vermoeidheid.
Deze ronde is anders
De energiecrisis van een paar jaar geleden kwam hard en onverwacht. Ondernemers kregen te maken met bizarre tarieven en torenhoge voorschotten. Dat zorgde voor nervositeit, onzekerheid en soms pure paniek. Terecht ook.
Wat zich nu aandient, is anders. Minder explosief, maar daarom niet minder ingrijpend. Deze ronde is sluipender. En juist dat maakt haar verraderlijk. Want het blijft niet bij hogere energiekosten alleen. Daarna volgen hogere voedselprijzen. Vervolgens lopen ook de personeelskosten verder op. En uiteindelijk komt alles samen in hogere verkoopprijzen.
De horeca wordt dus opnieuw duurder. Een hotelovernachting, een avond uit eten, maar uiteindelijk ook gewoon de wekelijkse frietmaaltijd.
De optelsom wordt te zwaar
Daar zit precies het probleem. Veel ondernemers zijn nog altijd niet hersteld van alles wat achter hen ligt. Eerst corona. Daarna de vorige energiecrisis. Vervolgens een stevige inflatieronde. En nu komt er alweer een nieuwe kostenopstapeling bovenop.
Iedere keer wordt er opnieuw iets gevraagd van dezelfde groep ondernemers. Nog meer aanpassingsvermogen. Nog meer incasseringsvermogen. Nog meer creativiteit om de schade te beperken. Maar ergens houdt het op. Je kunt veel opvangen, maar niet eindeloos blijven stapelen.
Vooral kleine mkb-ondernemers worden opnieuw dubbel geraakt. De ondernemer met een paar medewerkers, die zelf meewerkt in de zaak, voelt het in het bedrijf én thuis. In de exploitatie staat het ondernemersinkomen onder druk. Privé merkt diezelfde ondernemer precies wat ieder huishouden merkt: hogere energielasten en een duurder winkelwagentje.
Dat dubbele effect wordt nog te vaak onderschat.
Geen paniek betekent niet dat er niets aan de hand is
De buitenwereld ziet vaak alleen de prijs van een frietje, een snack of een menu en trekt daar snel een conclusie uit. Maar achter die prijs zit meestal geen ondernemer die er warmpjes bij zit. Daar zit vaak een ondernemer die kosten probeert op te vangen zonder klanten kwijt te raken, zonder aan kwaliteit in te leveren en zonder medewerkers tekort te doen.
Dat zie je niet altijd direct aan de buitenkant.
Ondernemers in onze sector raken ook niet snel in paniek. Dat zit niet in hun aard. Ze zijn gewend om door te gaan, bij te sturen, oplossingen te zoeken en zelf nog een tandje harder te lopen als het nodig is. Maar juist daarin schuilt ook een risico. Wie altijd doorgaat, laat vaak niet zien hoe groot de druk intussen is geworden.
Dus nee, er is misschien geen paniek. Maar dat is geen geruststellende conclusie. Het betekent vooral dat veel ondernemers hebben geleerd hun zorgen eerst zelf te dragen. Eerst nog een prijsverhoging uitstellen. Eerst nog wat eigen inkomen inleveren. Eerst nog hopen dat het meevalt.
De vraag aan de keukentafel
Tot thuis de echte vraag op tafel komt: hoe lang houden we dit nog vol?
Ik vrees dat die vraag de komende tijd in meer ondernemersgezinnen zal worden gesteld. Niet omdat ondernemers hun vak niet meer mooi vinden. Niet omdat er geen vraag meer is. Maar omdat de rek eruit raakt. Omdat ondernemen steeds vaker over overleven gaat en steeds minder over opbouwen.
Er zullen opnieuw ondernemers zijn die besluiten te stoppen. Die hun zaak proberen te verkopen. Desnoods met verlies. Achter zo’n beslissing zit zelden één incident. Meestal is het de optelsom. De opeenstapeling van jaren waarin steeds weer een nieuwe rekening op de mat valt.
Misschien is dat ook wat media, politiek en beleidsmakers beter moeten begrijpen. Geen paniek betekent niet dat er niets aan de hand is. Soms betekent het alleen dat ondernemers al zo vaak een klap hebben opgevangen, dat ze hebben afgeleerd om nog luid alarm te slaan. Maar wie stilte verwart met rust, kijkt niet goed. Onder de oppervlakte groeit opnieuw de druk.
*Frans van Rooij was initiatiefnemer en jarenlang het gezicht van ProFri. Hij schrijft op persoonlijke titel over ontwikkelingen in de frituurbranche.
Bij snackbar De Schaftpot in Zaandam dreigt sluiting door een conflict met de verhuurder. In de berichtgeving over de zaak komt een combinatie naar voren van een forse huurverhoging, klachten over de staat van het pand en een ondernemer die zegt geen geld te hebben gehad voor juridische bijstand. Omdat de huur niet meer werd betaald, stapte de verhuurder naar de rechter. Als er niets verandert, moet het pand per 2 april leeg worden opgeleverd.
Wie juridisch precies gelijk heeft, is van buitenaf moeilijk vast te stellen. Maar los van die vraag laat deze kwestie wel zien hoe snel een ondernemer in de knel kan raken als meerdere problemen tegelijk samenkomen.
Van huurgeschil naar overlevingsstrijd
Een conflict over de huur is op zichzelf al zwaar. Als daar ook discussie bijkomt over onderhoud aan het pand, loopt de spanning snel op. En zodra een ondernemer dan niet meer de middelen heeft om juridisch advies in te winnen of zijn positie goed te onderbouwen, ontstaat een gevaarlijke situatie.
Dan gaat het niet meer alleen over ondernemen, klanten bedienen en de zaak draaiende houden. Dan gaat het ook over contracten, correspondentie, bewijs, termijnen en de vraag welke stap je wanneer moet zetten. Voor veel kleine ondernemers ligt dat ver buiten hun dagelijkse praktijk.
Niet alleen korting, maar ook richting
Juist daar zit de bredere les voor de branche. De Schaftpot is geen lid van een vakvereniging en heeft ook geen contact gezocht. Daarmee ontbrak ook een eerste vangnet om mee te denken over de situatie en richting te geven aan de aanpak.
Het belang van een vakvereniging zit namelijk niet alleen in financieel voordeel, collectieve afspraken of korting bij partners. Het zit ook in de helpende hand op momenten dat een ondernemer dreigt vast te lopen. Niet omdat een vereniging ieder conflict kan oplossen, maar wel omdat zij kan helpen om eerder overzicht te krijgen, vragen scherper te formuleren en tijdig de juiste expertise in te schakelen.
Eerder aan de bel trekken
In veel dossiers geldt hetzelfde: hoe eerder een ondernemer hulp zoekt, hoe groter de kans dat de schade beperkt blijft. Dat kan beginnen met ogenschijnlijk eenvoudige vragen. Wat staat er precies in het huurcontract? Is er voldoende vastgelegd? Zijn klachten goed gedocumenteerd? Wat moet eerst worden aangepakt en waar zitten de grootste risico’s?
Dat soort vragen lijkt misschien vanzelfsprekend, maar in de praktijk worden ze vaak pas gesteld als het conflict al hoog is opgelopen. En dan is de ruimte om nog te sturen meestal veel kleiner.
Les voor de branche
Het verhaal van De Schaftpot is in de eerste plaats vervelend voor de betrokken ondernemers en hun klanten. Maar het is ook een signaal aan de rest van de branche. Ondernemers kijken bij een lidmaatschap vaak eerst naar de directe voordelen. Begrijpelijk. Toch blijkt in lastige situaties vaak dat de waarde van een vakvereniging verder gaat dan korting of collectieve inkoop alleen.
Want juist als de druk oploopt, is het belangrijk dat er iemand is die meedenkt, de weg wijst en helpt om de juiste stappen te zetten. Soms maakt dat niet alles goed. Maar het kan wel het verschil maken tussen een lastig conflict en een situatie die volledig uit de hand loopt.
De energiemarkt is opnieuw in beweging. Door de onrust in het Midden-Oosten lopen prijzen op, terwijl ook op langere termijn nieuwe ontwikkelingen op ondernemers afkomen. Denk aan een voller stroomnet, variabele nettarieven en extra overheidsheffingen op fossiele energie in de komende jaren.
Voor veel frituurondernemers roept dat opnieuw dezelfde vraag op als tijdens de vorige energiecrisis: hoe houd je grip op je energierekening?
Voor veel ProFri-leden is daarop het antwoord inmiddels duidelijk. COMCAM is partner van ProFri en veel leden maken gebruik van de collectieve afspraken die de vereniging met COMCAM heeft gemaakt. Juist die afspraken hebben zich bewezen. Leden die in 2022, tijdens de vorige energiecrisis, zijn overgestapt, hebben sindsdien hun energierekening betaalbaar weten te houden.
Ook nu laat die keuze haar waarde zien. Terwijl de energiemarkt opnieuw onder druk staat, profiteren deze leden van meer rust, stabiliteit en voorspelbaarheid in hun energiekosten.
Dat is belangrijk, want ondernemers krijgen niet alleen te maken met schommelende tarieven. Ook structurele veranderingen op de energiemarkt vragen om aandacht. Zo wijst COMCAM erop dat het stroomnet op veel plekken vol raakt, dat vanaf 2028 variabele nettarieven worden ingevoerd en dat de kosten voor gas en andere fossiele energie de komende jaren verder kunnen oplopen.
Leden die hun energie elders hebben geregeld en nu met stijgende kosten te maken hebben, hoeven daar niet alleen in te staan. Zij kunnen contact opnemen met het secretariaat van ProFri. Dan kijken we samen of er nog mogelijkheden zijn om mee te liften op de afspraken die eerder met COMCAM zijn gemaakt.
In een tijd van oplopende onzekerheid laat deze samenwerking zien wat een sterke vakvereniging concreet kan betekenen: niet alleen belangenbehartiging, maar ook praktische oplossingen die ondernemers helpen hun bedrijf betaalbaar en toekomstbestendig te houden.